Ontspanning van Onderop

Ben Schennink, oud wetenschappelijk medewerker van het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken (SVV) -overgegaan in het Cicam in Nijmegen- en bestuurslid van Pax (Pax Christi/IKV) vertelt over het begin van het verzet tegen kernwapens door de kerken.

Burgers op zoek naar gemeenschappelijke grond in een verdeeld Europa.

Het zijn dissidenten uit de Warschaupact landen die, begin jaren tachtig zijn gesteund door de Helsinki-Akkoorden, een meer civiele samenleving proberen te ontwikkelen waarin burgers een grotere rol spelen. Deze beweging sluit direct aan bij de manier van denken en werken van organisaties als het IKV en Pax Christi. In de strategie van de Nederlandse vredesbeweging, die ‘Ontspanning van Onderop’ wordt genoemd, worden burgers en lokale organisaties betrokken bij de grote geopolitieke vraagstukken, zij moeten een rol gaan spelen in het ontmantelen van de vijandbeelden die tussen de Sovjet-Unie en West-Europa bestaan.

Het project ‘Ontspanning van Onderop’ (werktitel) onderzoekt het erfgoed van deze beweging die zijn grondslag heeft in de periode direct na de tweede Wereldoorlog. De vraag die bij dit project wordt gesteld is of de burger van tegenwoordig een stem kan hebben in het geopolitieke krachtenveld, in kwesties met betrekking op oorlog, dreiging en vrede. Er wordt met dit project uitgegaan een oude initiatieven zoals dat van de ‘stedenband’ waarbij burgers van partnersteden in staat worden gesteld om met elkaar in contact te komen om elkaar op gemeentelijk niveau beter te leren kennen.

Het idee van de stedenbanden kreeg een nieuwe impuls in de periode na de Tweede Wereldoorlog. Vanuit een dringende behoefte aan verzoening werden er onmoetingen georganiseerd tussen burgers van verschillende landen om op die manier aan gevoelens van vijandschap voorbij te kunnen gaan. Anno 2018 zijn er zo’n 20.000 stedenbanden in Europa waarvan 2200 tussen Frankrijk en Duitsland. In de ogen van het tegenwoordige publiek zijn stedenbanden vaak wat stoffig, ze dragen een imago van vriendelijke wellevendheid met zich mee. De inspanning echter die achter het aangaan van een stedenband schuilgaat en de moeite die het kost om vrienschappelijke relaties te onderhouden in tijden van mondiale spanning, zijn helaas niet zichtbaar in de keurige welkomstborden die vaak bij gemeentegrenzen zijn geplaatst. Maar hoe vaag en oubollig dan ook, het begrip stedenband ligt verankerd in het collectieve bewustzijn als een uiting van hoop. Rebecca Solnit zegt over dit soort soort hoop: “Hope is a belief that what we do might matter, an understanding that the future is not yet written. It’s informed, astute open-mindedness about what can happen and what role we may play in it. Hope looks forward but draws it’s energies from the past, from knowing histories, including our victories, and their complexities and imperfections.” (The Guardian 13/4/2017)

Doelen

1. Het doen van kwalitatief onderzoek naar burgerparticipatie in de stedenband gericht op de beleving van handelingsruimte. Welke plaats weet een burger zich in de partnerstad te geven, in die vriendschappelijke ‘enclave’ aan de andere kant van de grens?[i]

2. Het schetsen van de handelingsruimte van de organisatie van de stedenband tegen de achtergrond van historische geopolitieke bewegingen en gebeurtenissen. 

[i] Paul Scheffer in NRC/handelsblad 21 sept. 2018 signaleert een maatschappelijk probleem door te stellen dat: De afstand tussen de internationalisering van de wereld en de plaatsgebonden levens van het merendeel van de bevolking is toegenomen. Dat is een voorname oorzaak van het verschil tussen de positieve waardering die mensen aan hun eigen leven toekennen en het sombere oordeel van diezelfde mensen over de samenleving: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ De vele verhalen over de virtuele wereld die we bewonen ten spijt: ook in onze tijd doen afstanden er nog steeds toe.”