Friends in a Cold Climate: de Reisverslagen

Burgers op zoek naar gemeenschappelijke grond in een verdeeld Europa

(Herziene tekst (c) 2021 stichting Reis van de Razzia)

“The post-national, welfare-state, cooperative, pacific Europe was not born of the optimistic, ambitious, foreward-looking project imagined in fond retrospect by today’s Euro-idealists. It was the insecure child of anxiety. Shadowed by history, its leaders implemented social reforms and built new institutions to as a prophylactic, to keep the past at bay”. Tony Judt in ‘Postwar, a History of Europe since 1945’.


Het project Friends in a Cold Climate begint bij de jaren ‘60 toen Groot-Brittannië nog geen lid was van de EEG, de Europese Economische Gemeenschap. Het was de tijdperk van de Muur tussen Oost en West-Europa en die van het Rapport van de Club van Rome. De tijd van landsgrenzen die nog door douane werden bewaakt omdat het Akkoord van Schengen nog niet was getekend. Van toen ieder land nog zijn eigen munteenheid had, toen reizen nog bijzonder was.

Friends in a Cold Climate gaat terug naar die tijd en kijkt naar het fenomeen ‘stedenbanden’ om te zien wat er schuil gaat achter de borden met de buitenlandse namen die aan een gemeentegrens staan. Borden die aangeven dat er officiële banden bestaan met zustersteden in Europa en daarbuiten. Die staan voor uitwisselingen tussen burgers en functionarissen ter bevordering van vrede, veiligheid en voorspoed. Welke hoop en welke zorgen hadden de deelnemers in de 60er en 70er jaren? Welke rol zagen zij voor zichzelf weggelegd in het Europa van toen? Hoe zijn die denkbeelden in de loop der tijd geëvolueerd? 

Friends in a Cold Climate is een documentair project dat bestaat uit twee delen. Deelnemers aan een stedenbanduitwisseling vertellen in gefilmde oral-history interviews over hun verwachtingen en hun ervaringen. De interviews worden digitaal gearchiveerd en gepubliceerd. Daarnaast geeft een dossier in boekvorm een visuele interpretatie van stedenbanden vanaf de 60er jaren. Het dossier zal bestaan uit bestaande foto’s van uitwisselingen, officiele documenten en archiefmateriaal, hedendaagse fotografie en fragmenten van interviews. Gezamenlijk vormen de twee delen – het boek en de digitale collectie – het verslag van een reis door Europa.


GESCHIEDENIS EN RELEVANTIE

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog waren er zo’n 11  miljoen ‘displaced persons’ onderweg in Europa. Het was een de chaos van verplaatsingen. Dwangarbeiders, krijgsgevangenen, vluchtelingen of ontheemden wilden allemaal naar huis of ze zochten een nieuw thuis. Min of meer gelijktijdig ontstond er een tegengestelde, uitgaande beweging. Burgers verlieten huis en haard om in kleine groepen naar Duitsland en andere Europese landen te reizen.

Vlak na 1945 ontstonden er al kringen van mensen die wilden voorkomen dat Europa opnieuw in oorlog zou vervallen. Verzoening werd als een belangrijk instrument gezien. Om die te bereiken werden er ontmoetingen gerealiseerd tussen groepen burgers uit voormalig vijandelijke landen. De intentie van beide partijen was om tot een langdurige en formele vriendschapsrelatie tussen steden te komen. In 2018 bestonden er in Europa zo’n 20.000 stedenbanden, ook wel town twinning, jumelage of Städtepartnerschaften genoemd, waarvan 2200 tussen gemeentes in Duitsland en Frankrijk. Hoewel iedere stedenband een eigen karakter heeft hebben ze een gemeenschappelijk modus operandi: het face-to-face ontmoeten op basis van wederkerigheid. Het gaat om het afstemmen op de ‘ander’ om begrip, vrede en welzijn te bevorderen.

Oospronkelijk gedreven door angst voor herhaling kunnen de naoorlogse stedenbanden beschouwd worden als een instituut zoals de historicus Tony Judt dat heeft beschreven in zijn boek “Postwar: a history of Europe since 1945”. Sindsdien zijn zijn partnersteden voor veel Europese burgers orientatiepunten geworden op de kaart van Europa. Niet alleen vanwege de vele welkomstborden die aan de gemeentegrenzen staan. Het zijn vooral de vriendschappelijke ontmoetingen met mensen in het ‘buitenland’ die in het geheugen staan gebrand. 

In de loop van 75 jaar zijn veel stedenbanden geëvolueerd. Ze hebben niet alleen te maken gekregen met de verwerking van de Tweede Wereldoorlog, de dreiging van de Koude Oorlog of de conflicten binnen de Europese Gemeenschap, de gemeentes hebben zich ook beziggehouden met uitwisselingen met plaatsen in de Derde Wereld. Na de val van de Muur in 1989 hebben stedenbanden zich verder uitgebreid in oostelijke richting, vooruitlopend op de uitbreiding van de EU. Maar niet iedere stedenband beklijfde. Volgens sommige gemeenten was het niet meer zo nodig om nog contact met elkaar te houden want de Europese Gemeenschap was in feite wel ‘af’. De oude Oost/West tegenstelling speelt momenteel echter weer op en nationalisme en populisme oefenen een zware druk uit op de eenheid binnen de Europese Gemeenschap. 

De verhoudingen binnen de lidstaten worden verder belast door de ramp die de Covid-19 pandemie veroorzaakt. ‘Social distancing’ heeft de handelingsruimte van burgers drastisch beperkt en begrensd. Het risico op besmetting maakt het organiseren van internationale uitwisselingen onmogelijk. Ook het face-to-face interviewen voor dit project lijdt onder de beperkende maatregelen. Dat betekent dat een aantal interviews zullen plaatsvinden via internetverbindingen. Deze vorm van ‘social distancing’ wordt een zichtbaar element in het project, verwijzend naar ontmoeten in situ, naar de rol van media als vervanging daarvan. 

Dit project wordt gerealiseerd nadat de Covid pandemie onze wereld kleiner deed worden. Daarbij kwamen visioenen op van een natuurlijker leven, van rust en onderlinge solidariteit, afgewisseld met sombere berichten over economie, klimaat, persoonlijke vrijheid, nationalisme en animositeit tussen staten. Misschien veroorzaakt de Covid pandemie een kantelmoment zoals zich dat eerder voordeed vlak na de Tweede Wereldoorlog en tijdens de revolutionaire jaren ’60.  

“Zelfs in een tijdperk waarin satelliettelevisie, internet en sociale media individuen bevrijden van het staatsmonopolie op internationale betrekkingen, is het beproefde model van stedenbanden geen slechte manier om schoolkinderen, atleten en dansgezelschappen dichter bij elkaar te brengen om burgers te bevrijden van de stereotypen en halve waarheden die ze over elkaar kunnen koesteren”, stelt sociaal geograaf Mamadouh. 

We kijken met Friends in a Cold Climate nauwkeurig naar de praktijken, gebruiken, normen en symbolen, formeel en informeel, die voorkwamen bij stedenbanduitwisselingen. We beschouwen die praktijken als een uiting van ‘civic agency’, van het vermogen van burgers om gezamenlijk te werken aan ideologische en culturele verschillen en issues. Friends in a Cold Climate is het episch verhaal van burgers zoekend naar gemeenschappelijke grond in een verdeeld Europa.

“Hope is a belief that what we do might matter, an understanding that the future is not yet written. It’s informed, astute open-mindedness about what can happen and what role we may play in it. Hope looks forward but draws it’s energies from the past, from knowing histories, including our victories, and their complexities and imperfections.” (Rebecca Solnit, The Guardian 13/4/2017)


Partners 

Stichting Reis van de Razzia initieërt projecten en voert deze onafhankelijk uit. We maken daarbij graag gebruik van de inzichten en ervaring van onze partner DANS (Data Archiving and Networked Services), een instituut van de Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen (KNAW). De interviews, teksten en reportages worden duurzaam gearchiveerd en toegankelijk gemaakt via het onderzoekskanaal: https://easy.dans.knaw.nl/ui/home