In memoriam: Henk van der Pols

28-4-1923 Rotterdam 18-4-2020 Rotterdam

Henk van der Pols, oud-wethouder en oud-locoburgemeester van Rotterdam is overleden. Van der Pols heeft de portefeuilles Sport, Recreatie en Wijkaangelegenheden en wethouder Haven en Economische Ontwikkeling, Bedrijven en Openbare Werken beheerd. Van der Pols is 96 jaar oud geworden.

Henk was lid van het Comité van Aanbeveling van Stichting Reis van de Razzia vanaf het moment van oprichting van de stichting in 2012. Bij lastige momenten op organisatorisch gebied kon Henk kon met zijn scherpe geest perspectief schetsen. Henk was een belangrijke steunpilaar van de stichting. Het interview dat hij heeft gegeven over zijn belevenissen geeft een diep inzicht in de omstandigheden van de mannen die zijn gedeporteerd bij de razzia van Rotterdam en Schiedam.

In 1944 werd Henk samen met 50 duizend anderen opgeroepen voor de Arbeitseinsatz om te werken aan het spoor in Duitsland, maar hij besloot daar geen gehoor aan te geven. Later werd hij onder dwang naar Duitsland gedeporteerd tijdens de razzia van Rotterdam en Schiedam. Hieronder volgt een fragment van het interview dat in 2012 met hem is gehouden.

Henk van der Pols:

Wij werden allemaal tewerkgesteld aan de reparatie van de Duitse spoorwegen. Maar ik was dus aangekomen in dat barakkenkamp. En ik weet nog goed, een grote forse vent, een waterstoker uit Schiedam, die zei: ‘Hier kun je toch niet liggen?’ Nou, die heeft drie of vier dagen en nachten, als we in die barak waren heeft hij gezeten en gehangen, maar die ging niet liggen. Maar, ook hij is gaan liggen en binnen een dag was je totaal vervuild. Nou, wij werkten daar met, ik denk, laat ik niet overdrijven, met vier- tot vijfduizend man en al die Lagers, al die kampementen in de omgeving, aan het herstellen van de Duitse spoorwegen. Want dat is een enorm industrieel gebied daar in dat Rijnland en die Duitsers wilden daar ook die spoorwegen laten lopen. Maar, ja, zó was die rails weer in orde en konden er een paar treinen overheen gaan. En in belangrijke mate was dat treinen met synthetische benzine, die van de Duitse Werken kwamen. Die naar het front moesten en zo, voor al die voertuigen op benzine. En nou, als het dan weer gerepareerd was, dan weer een paar Amerikaanse of Engelse jagers erboven en het eerste het beste doelwit was natuurlijk die locomotief. En als dat al niet geraakt werd dan donderden er wel een paar wagons van de rails. 

En dan was weer hetzelfde. Weer, waar ze materialen natuurlijk vandaan haalden is een godswonder, maar weer kwam er nieuwe rails enzovoorts. Alleen als je dat ziet hoe dat gaat met de huidige techniek, wij moesten in de winter met onze blote handen, je had niets, moesten we die rails van de grond oppakken en dragen. En ik weet nog goed, daar heb ik ontzettend veel dankbaarheid voor, die Schiedamse kolenboer die zei altijd tegen mij. ‘Henk, blijf maar bij mij in de buurt.’ Want die kon goed dragen natuurlijk, dan liep je met die rails op je schouder, vijftig meter om het daar te brengen. Maar ik kon natuurlijk niet dragen, zo’n kale kantoorbediende, zo’n jonge man. Nou, het werd steeds erger en op het laatst was het zo dat we die reparaties alleen nog maar in de nacht konden verrichten. Dan zat je overdag, zat je in dat Lager in angst dat het gebombardeerd zou worden.

En ja, de doortraptheid van die organisatie. Het schaarse eten wat je kreeg werd op het werk uitgereikt. Met andere woorden, als er straks niet gewerkt zou worden had jij ook helemaal niet die homp brood niet of die zogenaamde soep die je kreeg. Dan was een soort dun water. In ieder geval was het wel zo, dat als dan inderdaad weer gebombardeerd werd dat, ja, dan vluchtte je. Want die spoorweg was natuurlijk uitermate een doel, hoewel ze natuurlijk ook andere dingen bombardeerden. Maar als je dan die, er was een grote bunker, maar als je dan naar die bunker rende ‘Keine Ausländer’. Mocht je er niet in. En dan waren wij nog begnadigd, want die andere mensen, die Polen en die Oekraïeners en die Russen waar je mee werkte die hadden een bordje om Ost op hun kleding. Dat betekende zelfs die mochten niet op het voetpad lopen. 

Het volledige interview is te zien via de volgende weblink:

https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:57434

In memoriam: W.J.A. de Jager

8-4-1927 Rotterdam 21-4-2020 Utrecht

Wilhelmus Johannes Antonius de Jager, mijn vader, werd op 8 april 1927 geboren te Rotterdam en is op 93-jarige leeftijd overleden in Utrecht. 

Wim kwam er wereld in Rotterdam en woonde daar boven een klassieke winkelpassage die niet meer meer bestaat. Later woonde het gezin de Jager aan in een ruim bovenhuis aan de Schiedamse Singel. Wim is daar met zijn broers en zussen verder opgegroeid. “Jathewijowitoria”, Jan, Theo, Wil, Joke,Wim, Toos en Ria. Zo werden de kinderen onthouden in de volgorde waarin ze werden geboren. Het gezin verhuisde vlak voor de oorlog naar Schiedam, naar een fraaie benedenwoning aan de Ruysdaellaan.

W. J. A. De Jager senior, Wim’s vader, ging in Schiedam als administrateur werken voor de politie maar moest na enige tijd onderduiken vanwege een verzetsdaad. Het gezin werd lastig gevallen door de Duitse bezetter en moest daarom op andere, geheime, adressen worden ondergebracht. Wim logeerde bij een vriend toen de grote razzia van november ’44 plaatsvond. Beiden werden gedeporteerd naar Duitsland. De deportatie brak de spanning en de sleur van de oorlog maar werd als snel een nachtmerrie. Wim liep in de plaats Wezep dysenterie op en heeft het kunnen overleven dankzij de illegale organisatie die het Rode Kruis in Kampen had opgezet. De getuigenis die mijn vader heeft afgelegd over zijn ervaringen is het begin geweest van het digitaal monument ‘Reis van de Razzia’, waaraan uiteindelijk 76 andere getuigen hebben bijgedragen.

Wim was ernstig verzwakt door de oorlog en kreeg tuberculose, of TB, zoals hij het noemde. Hij heeft 3 keer gekuurd in sanatorium Berg en Bosch. Daar maakte hij vrienden, kreeg bezoek van familie en maakte Jopie Eiling het hof, de jonge verpleeghulp waarmee hij later getrouwd is. De boeken die Wim de Jager daar in het sanatorium las waren misschien geinspireerd door zijn oorlogsavontuur. Allemaal hadden ze met reizen te maken, met een verlangen naar verre verten.“Het Stille Continent”, “Varen in Oorlogstijd” van Graaf van Limburg Stirum, “Stalingrad” van Pluvier, “Wonderlijke Nachten” van Bomans en “Goede Kameraden” van Priestley. Toen zijn broer Jan in de 50er jaren naar Nieuw Zeeland vertrok heeft dat dan ook veel indruk gemaakt.

Zoals zovelen heeft Wim zijn schoolopleiding niet kunnen afmaken door de oorlog. Hij werd uiteindelijk jongste bediende bij een stokerij en drankengroothandel in Schiedam. Daar kreeg hij op een gegeven moment het wilde idee om in de pauze naar de kelder te gaan om daar stiekem van de likeur te snoepen. Toe hij het kraantje van het vat opendraaide hield hij hele ding plots in zijn handen, het was losgekomen en hij wist even niet hoe het terug te plaatsen. Intussen stroomde de likeur over de grond. Het bleek een “tapse” kraan te zijn, een kraan die in een gat in het vat was geslagen en die los was gekomen.

Wim werd omgeschoold tot scheepselectricien bij de Technische Unie en Verolme en werkte op scheepswerven in weer en wind. De tuberculose kwam op wat het einde betekende van opleiding en het zware werk. Wim kon later gaan werken op de administratie van de GVP, de Geneeskundige Dienst Verzorging  Politie. Getrouwd met zijn grote liefde Jopie Eiling, die hij Hannie noemde, kregen zij drie kinderen. Na het pensioen hebben zij genoten van de kleinkinderen, van het doen van vrijwilligerswerk en van reizen, dichtbij en veraf, zoals naar Nieuw-Zeeland, naar de broer die hij 40 jaar lang niet had gezien.

Wim kreeg de diagnose Alzheimer. Hij verdwaalde eens tijdens een wandeling en werd door politieagenten thuisgebracht. Voor zijn verjaardag kreeg het Gouden Boekje “Wim is Weg” cadeau, over een jongetje dat wegloopt waar iedereen naar ging zoeken. Hij vond het cadeau erg grappig. Het verwees naar zijn dwaallust, zijn ziekte, maar ook naar de goede zorg door directe familie en de mensen om hem heen. Wim had een fijn humor en wist die eigenschap tot het laatst te bewaren. Met zijn vrouw Johanna Eiling is hij 62 jaar samen geweest tot het moment dat professionele zorg vereist werd. Wim kreeg een nieuw thuis in een zorgcentrum waar hij, ondanks de goede zorgen, op 21 april is overleden aan de gevolgen van een Covid virus besmetting.

Wim de Jager: dromer, fietser, rustpunt. Rotterdammer in hart en nieren.

In bijna alle pogingen van de mens om te wereld te onderzoeken hebben de fantasie en de legende een grote rol gespeeld. Misschien is het wel een karaktertrek die bij elke onderzoeker hoort, dat hij ervan droomt een soort Shangri La of een soort ver Cathay te vinden. Degenen die de onbekende landen van Antarctic zien, zijn geen uitzondering op deze regel. Allen koesterden ze een vagen hoop nieuwe landen, nieuwe volkeren, of rijkdommen die alle verbeelding te boven gaan, te ontdekken.”

Uit “Het Stille Continent”, Kearns jr. & Britton

Een interview met Wim de Jager over zijn ervaringen tijdens de razzia van Rotterdam en Schiedam is te zien op:

https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:57456

’75 jaar Razzia van Rotterdam”, Bibliotheekcollege 20 december 2019

Deel 2: Erik de Jager (Deel 1 werd door historicus Albert Oosthoek uitgesproken)

Het project Reis van de Razzia bestaat uit 75 oral history interviews die in 2012 zijn opgenomen met getuigen van de razzia van Rotterdam. Zij hebben de razzia moeten ondergaan of hebben het zien gebeuren. Alle interviews zijn opgeslagen bij het digitaal archief van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, de KNAW. Ze zijn daar te zien en ook op de website ‘Getuigenverhalen’ van het NIOD. 

Voor de interviews hebben we ons voornamelijk geconcentreerd op degenen die zijn weggevoerd. De getuigen van Reis van de Razzia bestaan daarom hoofdzakelijk uit mannen. De vrouwen die waren achtergebleven moesten het vaak zelf zien te rooien. De hongerwinter kwam eraan en de zorg voor het gezin kwam helemaal op hun schouders te rusten. Dat is een hoofdstuk waar wij helaas weinig aandacht aan hebben kunnen besteden.

Van de totale groep van rond de 52.000 mannen was het grootste deel overleden. Dat gaf een bijzondere draai aan het project. Namelijk, de mannen die we in 2012 nog hebben kunnen interviewen waren indertijd tussen de 17 en 23 jaar oud. De meesten woonden indertijd thuis, waren nog schoolplichtig of werkten bijvoorbeeld als jongste bediende. 

Henk Apon

En toen hebben we nog overwogen om voor mij een schuilplaats te creëren in huis. We hadden dus twee verdiepingen plus een zolderverdieping met een schuin dak. Waarin altijd nog wel wat ruimte vrij was. Want net bij de dakgoot boven daar was een kamertje achter schotten en daar zou ik dus achter kunnen kruipen. Maar ja, aan de andere kant dachten we: ‘er zijn al twee jongens weg en als ik dan straks ook nog een keer gepakt wordt omdat ik me verborgen heb.

Het overgrote deel van deze  jongens en jonge mannen was niet erg bereisd en had Nederland nog niet met eigen ogen gezien, laat staan het buitenland. Door ze te volgen in ‘Reis van de Razzia’ krijgen we een indruk van de enorme uitdagingen waar deze jonge kerels voor kwamen te staan. Ze werden onder dwang bijeengedreven en naar Duitsland gebracht, een land dat op een hak en een slof draaiend werd gehouden door miljoenen dwangarbeiders uit bezette gebieden. Een land dat ook omsingelt was door de geallieerden en dat zich opmaakte voor een verdediging zonder overgave. Bepaald niet de veiligste plek op aarde.

Dwangarbeiders in Duitsland rond 1944. Bron Zwangsarbeit-Archiv.de

De razzia besloeg twee dagen, hij vondt plaats op 10 en 11 november 1944. Het gebeuren wordt de razzia van Rotterdam genoemd maar Schiedam was er ook bij betrokken. Het gaat dus om de razzia van Rotterdam en Schiedam. Zoals Albert Oosthoek heeft uitgelegd waren de steden omsingeld en was er geen ontkomen aan.

Anton Greven

En toen kwamen dus om een uur of 4 ’s nachts kwamen er twee jongens Van Bijvoets uit de buurt en die waren achter.., achteraf gezien zaten die bij de BS zaten die: de Binnenlandse Strijdkrachten, dus bij het Verzet. En die waarschuwden dat Rotterdam werd afgesloten en dat alle jongens en mannen van enz., van 17 tot 40 jaar, eerst was het 50, maar het werd gauw 40, eh, eh allemaal opgepikt zouden worden en naar Duitsland werden vervoerd. “Dus maak dat je wegkomt!”. Nou, dat deden we dan. Mijn oudste broer en ik, Steef en ik. En we gingen op stap en met een boter…, en ik gewoon mijn tas bij me en van kantoor en met een witte regenjas aan en mijn goede bruine pak aan ging ik op stap met hem. Hij wilde naar zijn meisjes toe waar hij verkering mee had. Hij was nog niet getrouwd, na de oorlog is dat pas gebeurd. En toen werden we onderweg werden we aangehouden door de Landwacht.

Het verzetsblad Vrij Nederland schreef op 20 november 1944, ruim een week na de razzia, dat de Rotterdammers zich hadden laten intimideren. De Amsterdammers moesten vooral niet toegeven -mocht er bij hen ook- een grootschalige razzia gaan plaatsvinden. En het blad stelde de vraag: “Gingen ze om hun huid te redden? Maar wie redt zijn kop door hem in de muil van het ondier te steken? Op 14 december kwam het blad op de gebeurtenis terug. “Zelf een rat vliegt de jager nog naar zijn keel als hij in het nauw gedreven wordt”. “Vijftigduizend Nederlandse mannen laten zich als schapen wegvoeren en evenzoveel vrouwen zien hoe hun mannen naar Hitlers slachtbank wordt geleid”.

Wat zich tijdens die twee dagen van de razzia heeft afgespeeld was inderdaad niet altijd even heroisch. In 2005 zegt de historicus Hans van der Pauw daarover: “Kwalijk was dat er tijdens en vooral na diezelfde razzia op grote schaal mannen verraden zijn die waren ondergedoken om aan wegvoering te ontkomen. Dat gebeurde meestal uit pure afgunst, door vrouwen wier mannen zich wél gemeld hadden, of die opgepakt waren, terwijl hun buurman, of die aap van een jongen van de overkant die nog gewoon thuis zat, zich in de kelder of op zolder schuilhield. 

Johannes Bastelaar

Nou, toen werden we, toen moesten we aantreden. Mijn zusje kwam nog naar boven toe. En bij ons had je dan in de slaapkamer van mijn vader en moeder een alkoof boven. Zo’n hokje, een vierkant hokje. En dat was altijd een berghokje. Daar lag alles op. En daar komt die mof aan, die dacht dat er nog meer kinderen waren, en die dacht dat daar ook nog eentje bovenop lag. En toen stak hij met zijn bajonet zo er doorheen. Dus daar was natuurlijk niks te vinden. Toen zijn wij met z’n vieren naar beneden gegaan. Nou, toen hebben ze onderweg al die mensen opgepakt, van straat tot straat, en toen werden we in rijen, ik denk wel een paar honderd mensen waren, moesten we marcheren naar het stadion. Toen moesten wij met z’n vieren aantreden. Toen hoorden we van de achterwacht dat de buren ons, als het ware, verraden hadden. En zodoende kwam die Duitser naar boven. Anders had hij misschien niet boven gekomen. 

Lafheid, opportunisme, kortzichtigheid, angst en slaafse gehoorzaamheid: door de ogen van Vrij Nederland kijkend zien we een plaatje dat er behoorlijk onprettig uitziet. Nu kunnen we wel gaan zoeken naar de moedige daden die tijdens die twee dagen zijn verricht – en die best wel zijn te vinden – maar dan blijf je in het proces van oordelen steken, van wat juist is en wat niet. Ik denk dat voor een goed begrip van wat zich heeft afgespeeld een andere benadering nodig is.

Piet van Vliet

Nou, en de mannen moesten zich melden. Nou, en ik had…, ik ben de enige.., dat heb ik ook verteld, de enige Rotterdammer die bang was van de Duitsers hoor. Want nog, naderhand toen ik op kantoor zat, ze hadden allemaal in het Verzet gezeten, iedereen was ondergedoken, ik was als een grote lul, een zak, een schijthaas. Maar ik denk “ja, maar zou dat nou wel waar zijn van ons allemaal?”. Maar ja, nou ja goed, ik ben geen held, ik.., ik.., ik loop maar mee. Een meeloper. Maar achteraf waren dat er 50.000 waarvan toen is gezegd door het Verzet hè, ook door andere steden: “nou, die Rotterdammers zeg, kuddegeest, lafaards”. Maar achteraf: je moet dat meegemaakt hebben. Ik zou weer meelopen.

Je moet het meegemaakt hebben… Tijdens de herdenking van de razzia in 2011, die jaarlijks plaatsvindt in het Feijenoordstadion, raakte ik in gesprek met een aantal razziagangers. Ik heb naar aanleiding van die gesprekken het project Reis van de Razzia opgezet. Het project is zo genoemd omdat het gaat over de twee dagen van de razzia, maar ook over de deportatie, het verblijf in Duitsland en de terugreis en de thuiskomst. Naar die totale periode heeft Ben Sijes voor het RIOD in 1951 ook al onderzoek gedaan. Desondanks wordt er bij de razzia van Rotterdam vaak alleen gedacht aan de twee dagen van de razzia. Misschien komt dat door het stigma dat de Rotterdammers opgelegd hebben gekregen door bijvoorbeeld Vrij Nederland en Radio Oranje.

De getuigen die we voor ons project hebben gevraagd hebben we van tevoren op de hoogte gesteld van het complete verhaal dat we wilden optekenen. We wilden graag weten hoe ze zich hadden gehouden gedurende de hele reis, dus niet alleen tijdens de razzia. Veel mannen werden daardoor aangemoedigd om zonder terughoudendheid over hun ervaringen te vertellen.

Carel Eielst

Langzamerhand was bij mij toch het idee gegroeid om.., om dit niet meer te accepteren. “Hier moet een eind, ik wil niet naar Duitsland!”, “ik wil niet naar Duitsland!”, :”ik weet niet wanneer ik dan ooit nog eens een keer terugkom en of ik terugkom, ik wil dat niet meer”, “ik wil niet meer gestuurd worden op die manier en zo”. Dus ik zeg tegen onze buren, ik zeg: “joh”, ik zeg: “ik ga eruit”, “ik wil niet meer mee met die trein, ik wacht niet tot ie bij het station is”, ik zeg: “voordat ie bij het station is wil ik eruit zijn”. Nou, toen stonden we met zijn drieën zijn we toen op die treeplank gaan staan. En we hadden gezegd “nou, eerst springt de achterste en dan de middelste en dan de voorste”. We hadden dat afgesproken dat we niet op mekaar terecht zouden komen. En op een gegeven ogenblik, toen was het onder hevig gepiep en ge…, nou, toen dachten we “nu is het zover!”. Je voelde ook dat ie wat vaart minderde, dus we sprongen eruit. Eén, de één na de ander. Dat moment was toch een moment wat je nooit vergeet in je leven, dat moment dat je daar dus uitgesprongen bent. Maar goed, ik had het idee van “ze hebben ons gezien en die Moffen, die zijn zo streng met alles wat hè, beveel is beveel, dat moeten ze dus allemaal doen”, dus ik was toen echt bang. Maar als je dan die trein weg ziet rijden, want je ziet daar ook in de ergste duisternis heb je altijd nog wel dat je iets kan zien dat je een paar meter tegen…, de hemel is nooit helemaal pikzwart. En dan zag je die trein, en als je dat dan zo ziet verdwijnen, uit het beeld, en dan zeg je “hé, ik ben vrij!”, “ik ben vrij!”. Dat had je toen echt heel duidelijk het idee, “ik.., ik.., ik hoef niet meer te doen wat ze zeggen”.

In de getuigenissen vallen eigenschappen op als veerkracht en vindingrijkheid. De mannen proberen overeind te blijven in soms barre omstandigheden. Er zijn ook ontsnappingen, er wordt illegaal naar voedsel gezocht en soms wordt het werk gesaboteerd. Kleine daden van ongehoorzaamheid, verzet en puur doorzettingsvermogen weerspreken de negatieve kritiek van Vrij Nederland. De Rotterdammer blijkt veerkrachtiger dan gedacht en blijkt niet afgerekend te kunnen worden op de twee dagen dat de razzia duurde.

Dat doorzettingsvermogen laat zien dat de mannen onvoorziene mogelijkheden wisten te benutten. Dat leidde tot een centrale onderzoeksvraag voor het project Reis van de Razzia. Door te kijken naar het vraagstuk van “Handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk“, richtten we ons op fysieke mogelijkheden en hoe die benut konden worden. Wat kun je eigenlijk doen in een gegeven situatie. Zie je een opening om te ontsnappen, wat is de route, wat zijn obstakels? Hoe hou je stand en maak je gebruik van de middelen voorhanden. Entenslotte, in hoeverre beinvloedt jouw handelen de situatie van iemand anders?

Jo Vermeulen

Daar werden we weer naar het Arbeidsbureau gebracht en daar was ik weer zo’n beetje de enige die Duits sprak, daar werden de mensen ook weer ondergevraagd wat ze dan waren. Eh, er was een lasser bij en die had zijn zwager bij zich en die zwager, die was broodbezorger. Die kende je vroeger hè. Die noemde zichzelf bakker, als hij aan de deur kwam bijvoorbeeld dan riepen ze “de bakker!” hè. Maar dat was de broodbezorger, dus die man kon helemaal niet bakken.Wat zei die lasser? “Jij moet tegen die Duitser zeggen dat mijn zwager bij mij moet blijven, want ik zal hem wel lassen leren”, dus ik heb dat vertaald zo en dat lukte, hè, die zijn, en zo  waren er wel meer dingen die je dan eens kon vertellen waar je ze mee kon helpen.

Dit fragment laat zien dat de handelingsruimte van Jo Vermeulen in deze situatie groter is omdat hij Duits spreekt. De zwager van de bakker was lasser, een gewaardeerd beroep. Dat geldt niet voor de broodbezorger, hij kan in feite geen kant uit. Het gevaar dat dreigt is dat hij tewerk wordt gesteld als gewoon arbeider, gescheiden van zijn zwager. Zijn handelingsruimte wordt vergroot omdat hij wordt geholpen door metgezellen die een zekere ruimte zagen en wisten te benutten. De kansen van de broodbezorger zijn hierdoor misschien gestegen.

Jaap Scheffers

Maar toen kwam die man die bij mij uit de straat, die altijd bij mij geweest was in die tijd. Toen zegt hij tegen mij, hij zegt: “joh, als je nou wijs bent, dan ga je naar dat…”, daar had je een soort raadhuis op een plein, een stad.., een stadhuis van het dorp.., van het dorp kan je zeggen. Hij zegt: “en dan zeg je dat je 15 jaar bent”. Hij zegt “want je ziet er niet uit als 17”. Ik had… Hij zegt en hij zei: “joh, je vertelt maar een verhaal, maar misschien dat je dan naar huis ken”, weet je wel, zo verzon hij het dan. Nou, dat heb ik gedaan. Ik er naar binnen. Toen mocht ik daar binnen en ik schrok me rot, daar zat zo’n grote dikke Duitser, in een bruin uniform, met een hakenkruisband ook. En een secretaresse of zo naast hem. Maar wat bleek nou? Die secretaresse kon Nederlands, die kon Nederlands. En die zegt “vertelt je verhaal maar”. En toen ben ik gaan liegen, want dat moest natuurlijk wel, ik zeg “ja”, hè, dat ik 15 jaar was en dan mijn vader was opgepakt en dat die in een rij liep…, dat hè dus ik heb mijn eigen verhaal verteld, maar hè, dat die in die rij liep en dat ik die brood wou gaan brengen in de rij. En toen was ik in die rij en toen werd ik er door de Duitsers in gedouwd. Nou, toen ging hij een briefje zitten schrijven, met potlood. En dat geeft hij aan mij. Een stempel erop, dat geeft hij aan mij. Nou, “gut so”, zij zegt.., en zij zegt tegen mij: “nou, ga nou maar”.

Jaap zag de gesuggereerde handelingsruimte en wist die te benutten door in het Raadhuis te bluffen. Die bluf hield helaas niet lang stand want bij de grens werd hij teruggestuurd. “Duitse jongens van 15 jaar oud vochten ten slotte ook voor het vaderland”, zei een Duitse soldaat. Jaap heeft later veel meegemaakt en is aan de dood ontsnapt tijdens een aanval door een Engelse duikbommenwerper.

De razzia van Rotterdam en Schiedam is een van de grootste razzia’s die de Duitse bezetter in de nadagen van de oorlog heeft uitgevoerd. Desondanks was het verhaal niet erg bekend. Redenen zouden kunnen zijn dat de kritiek van Vrij Nederland stimatiserend werkte. De mening van het verzet werd soms klakkeloos overgenomen. Bij terugkeer werden sommige razziagangers door hun eigen stadgenoten beschimpt omdat ze zich hadden laten wegvoeren.

Een andere reden voor het zwijgen over de razzia kan zijn dat de mannen in Duitsland, en dat geldt ook voor de achtergebleven vrouwen in Rotterdam, ervaringen hadden opgedaan die moeilijk uit te spreken waren. De Wederopbouw was tenslotte al begonnen en de handen moesten uit de mouwen. Dat werd ook aangemoedigd in allerlei publicaties. Je zou kunnen zeggen dat er aan een zekere propaganda werd gedaan om het “lullen” te ontmoedigen en het “poetsen” aan te moedigen. We kunnen uiteindelijk alleen maar speculeren waarom er na de oorlog niet veel werd gesproken over de razzia. Het is wel jammer. Veel kinderen en kleinkinderen kenden het verhaal niet en er zijn genoeg redenen waardoor je de razzia van Rotterdam en Schiedam als het begin van een heroische tocht kan beschouwen. 

Reis van de Razzia bestaat uit een collectie interviews met mannen die indertijd tussen de 17 en 23 jaar oud waren. Tijdens de razzia, de deportatie, het verblijf in Duitsland en de terugkeer naar Rotterdam deden ze ervaringen op die vaak heel ingrijpend waren. De razzia was voor hen in feite een Rite de Passage, een beproeving die leidde tot een Coming of Age, oftewel een overgang naar volwassenheid, naar inzicht in de aard van de wereld. Broeder Frans kan dat op ene bijzondere manier uitleggen:

Broeder Frans

Want ik denk er nu aan, soms denk ik wel: “ja, toen was ik eigenlijk, ja, zo’n snoter in ons gezinnetje en daar stap ik zomaar uit om naar zo’n klooster te gaan, allemaal maar vreemde mensen, durf ik dat wel?”. Dat was toen toch wel iets van “durf ik dat wel?”. Dat was toch wel iets. En dat is eigenlijk toch ook, dat heb ik wel geleerd met die razzia, met dat omgaan met die andere mensen. Hè, daar werd.., daar werd ik ineens erin gegooid. En het moest. En dat heeft mij toch wel gevormd tot meer een sociaal leven hè. Hoewel het hier toch natuurlijk toch nog wel, maar ja, dit is ook wel intens leven met mekaar. Want het is ook.., ook allemaal vreemde mensen. Allemaal anders.

Na een zwaar bombarderment wilde Jaap Folst hulp bieden aan mensen in een bunker, dat waren Duitsers die in de buurt woonden. Deze mensen, feitelijk de vijand, hebben Jaap daarna onderdak geboden waardoor hij veilig de bevrijding af kon wachten. Tijdens een ander zwaar bombardement steunde Jaap een aantal Duitse vrouwen die het geweld niet meer aankonden. Het leidde tot een vriendschap en Jaap en zijn vrouw zijn contact met ze blijven houden tot aan de dood van de vrouwen, een paar jaar geleden.

Jaap Folst

Tot het luchtalarm ging, het acute alarm volgde daar zo snel op dat ik niet naar de schuilkelder heb kunnen komen. En ik ben toen in die kelder van de villa gegaan. En die villa kreeg na een halfuurtje dan ook een paar voltreffers, maar ik lag aan de goede kant van de muur in de kelder. Dus ik ben eruit gekomen, door een luikje heen waar de kolen een paar dagen van te voren binnen gebracht waren. En, ja, het was zondagmiddag, mooi weer, maar alles was verduisterd. Door het stof en zo, dat zo’n bombardement opbrengt. En wat er al op de grond lag aan stof, daar kon je naderhand je voetstappen zo in zien. Ik ben toen van mijn plekje naar dat bunkertje gelopen. En daar heb ik acht mensen onder de banken vandaan gehaald die nog onder die bankjes lagen. Meer waren er niet. Die leefden nog allemaal, maar er was nog niemand opgestaan. Zo’n vernietigende indruk had het op die mensen gemaakt. Er was één grote wanorde. Ik ben bij de mensen die ik heb leren kennen, daar ben ik een aantal weken thuis geweest. Ik heb daar geslapen en ik heb daar gegeten tot de geallieerden kwamen en Essen bezetten en ik dacht van: ‘Ik moet hier weg want ik ben een been teveel hier in huis.

Het zou zo kunnen zijn dat de reis van de razzia voor sommige getuigen een leven lang duurde. In 1994 organiseerde oud-razziaganger Jaap Folst een herdenking in het Feijenoordstadion. Die herdenking vindt nog altijd ieder jaar plaats en wordt dan ingeleid door burgemeester Aboutaleb. Door het officiele karakter van de herdenking, en doordat getuigen met elkaar in gesprek gaan, krijgt het verhaal voor de slachtoffers en hun kinderen steeds opnieuw een plaats. Door aandacht in de pers wordt de razzia van Rotterdam en Schiedam ook in Nederland onder de aandacht gebracht.

De mannen en vrouwen die wij hebben geinterviewd werden volwassen in de oorlog, werkten aan de Wederopbouw en waren betrokken was bij de opkomst van de Verzorgingstaat. Hun getuigenissen zijn blijvend relevant. We zien daarin bijvoorbeeld dat de ‘handelingsruimte van een individu’ kan worden verkleind door, zoals Hans van der Pauw beschreef, door puur eigenbelang na te streven. Maar je kunt ook zien dat de handelingsruimte van een persoon drastisch kan worden vergroot door daden van hulpvaardigheid die getuigen van gemeenschapszin. Het verhaal van de razzia van Rotterdam en Schiedam toont heel duidelijk hoe dat werkt. Maar het principe is ook te herkennen in grotere ideeen zoals in die van de Verzorgingstaat en de Participatiemaatschappij.

Ik sluit graag af met een fragment van een interview met Jim Vrijdag, dat ook te vinden is op de website ‘Getuigenverhalen”.

Jim Vrijdag

Nou, aan die ervaring heb ik dit gehad: ik kwam dus thuis, ik was mondiger geworden Ik pikte alles niet. Je bent weer thuis en je krijgt op je donder. Nou, dat pikte ik gewoon niet meer en ik ging dus vanzelf op die manier kijken en denken “wat kan ik hieraan feitelijk nog verder aan doen?”. En zodoende heb ik gedacht “het eerste wat ik ga doen: ik ga me melden bij mijn vakbond en ik ga me proberen politiek meer bewust te worden, ik ga meer kranten lezen, raadsvergaderingen en dergelijke dingen”, en het zijn allemaal dingen die mij verder hebben ontwikkeld om te zijn en te weten wat ik nu ben.

Ik wil graag de personen en instanties te bedanken die hebben geholpen om, vijf jaar geleden, het project Reis van de Razzia tot een goed einde te brengen. 

Allereerst bedankt ik alle getuigen die zich hebben laten interviewen met in het bijzonder Jaap Folst en Henk van der Pols, oud wethouder en loco-burgemeester van Rotterdam. Ik spreek graag mijn dank uit naar de overige leden van het comite van aanbeveling van de Stichting Reis van de Razzia en ook naar de raad van advies bestaande uit de historici Madelon de Keizer en Albert Oosthoek. 

Ik wil ook graag onze partners noemen: het NIOD en het archief DANS, allebei instituten van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen. Ik ben verder heel blij dat het project tot stand heeft kunnen komen door de hulp en het vertrouwen van een groot aantal fondsen. Meer informatie vindt u op de brochure die bij de uitgang ligt.

Dank U voor uw aandacht en belangstelling! 

Erik de Jager, 18 december 2019


Project Reis van de Razzia werd gesteund door: Van Ommeren–de Voogt Stichting, de van Capellen Stichting, Stichting dr. Hendrik Muller’s Vaderlandsch Fonds, Stichting Fonds Schiedam Vlaardingen e.o., Stichting de Groot Fonds, Stichting Swart van Essen, het VFonds, de Nationale BankGiroloterij, Prins Bernard Fonds Zuid-Holland, het bedrijf Telecats (Spraaktechnologie  en communicatie). Reis van de Razzia is tot stand gekomen in samenwerking met: de KNAW instituten DANS (Data Archiving and Networked Services) en NIOD (Instituut voor Oorlogs, Holocaust en Genocidestudies).

Bilbliotheekcollege Rotterdam: 20 december

75 jaar Razzia Rotterdam 

 Van 20 december 2019 16:00 tot 20 december 2019 17:00

Op 10 en 11 november 1944 vond één van de grootste razzia’s plaats van de Tweede Wereldoorlog. Ruim vijftigduizend Rotterdammers werden opgepakt en afgevoerd naar Duitsland om dwangarbeid te verrichten. Tijdens dit Bibliotheekcollege vertellen historicus dr. Albert Oosthoek en Erik de Jager, directeur van Stichting Reis van de Razzia, alles over dit oorlogsdrama.

Uit het magazine ‘Alles over Geschiedenis’ nummer 42

Op de avond van 9 november 1944 werden 8.000 Duitse soldaten ingezet bij ‘Aktion Rosenstock’. In diepe stilte legden zij een kordon rond Rotterdam en Schiedam. Alle belangrijke bruggen en strategische punten werden bezet, trams reden niet meer en het telefoonverkeer werd geblokkeerd. In Rotterdam en Schiedam werden huis-aan-huis pamfletten verspreid met bovenaan het dreigende woord ‘BEVEL’.

Op de daaropvolgende twee dagen vond één van de grootste razzia’s plaats van de Tweede Wereldoorlog. Op 10 en 11 november 1944 werden ruim vijftigduizend Rotterdammers tussen de zeventien en veertig jaar oud opgepakt en afgevoerd naar Duitsland om daar dwangarbeid te verrichten. Vrouwen en verwanten moesten het vaak alleen zien te rooien wat een zware opgave zou blijken te zijn in de nog komende hongerwinter.

Tijdens de tewerkstelling in Duitsland zijn ten gevolge van ziekte, ondervoeding, vluchtpogingen, bombardementen en andere oorlogshandelingen enige duizenden Rotterdammers omgekomen. Van de meer dan 50.000 weggevoerde mannen keerden de meesten terug. Veel van hen uitgeput, gewond of getraumatiseerd. Veel tijd om daarbij stil te staan was er niet: er moest worden aangepakt, de Wederopbouw was al begonnen.

Tijdens dit Bibliotheekcollege vertellen historicus dr. Albert Oosthoek, werkzaam als onderzoeker bij het Oorlogsarchief van het Nationaal Archief, en Erik de Jager, documentair filmmaker en directeur van Stichting Reis van de Razzia, alles over deze indringende oorlogsdagen.

https://www.bibliotheek.rotterdam.nl/component/rseventspro/evenement/15019-bibliotheekcollege-75-jaar-razzia-rotterdam

  • Toegang: gratis
  • Locatie: Bibliotheektheater, Hoogstraat 110
  • Aanmelden: via Eventbrite

Samenvatting Eindverslag Project Reis van de Razzia

Verbinden

Met het project Reis van de Razzia heeft de gelijknamige stichting een relatief onbekend onderwerp op de kaart gezet en zo een bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving. Door nieuwsbrieven te versturen en door onze presentaties tijdens de herdenkingen heeft de stichting een rol gespeeld in het verbinden van mensen die onder de razzia hebben geleden.  Wij hebben daarnaast een aantal razziaveteranen in staat kunnen stellen om hun verhaal te doen in lokale en landelijke media. Reis van de Razzia is daarnaast tot in de verre toekomst te raadplegen door duurzame archivering in DANS.


Planning

De planning die we in de het projectvoorstel hebben voorgesteld is daadwerkelijk gehaald. De 70-jarige herdenking was een deadline die absoluut vaststond en samen met de partners DANS en NIOD hebben wij daar strak naar toe gewerkt. Reis van de Razzia ging vanaf 10 november open voor het publiek. Op die dag werd Reis van de Razzia officieel opengesteld door burgemeester Aboutaleb in het bijzijn van zo’n 70 getuigen, een aantal kinderen, scholieren en de pers. Ruim van te voren hebben we de getuigen en hun kinderen aangeschreven met de nieuwsbrief waardoor we ook de families van de getuigen bij het gebeuren hebben kunnen betrekken.


Publieksbereik

De mediacampagne in de pers rond Reis van de Razzia was een succes en heeft het onderwerp bij het grote publiek op de kaart gezet. We hebben een eenmalig publieksbereik gehad van 3.6 miljoen mensen. De platformen waarop Reis van de Razzia is te vinden zijn stabiel door persistent identifiers. Ze zullen het publiek weliswaar in lage aantallen trekken, maar op de zeer lang termijn zullen de ‘kijkcijfers’ aanzienlijk zijn.


Bekijk hier het Eindverslag RvdR samenvatting

Ontwerp expositiemodule Stadskazerne Kampen

Reis van de Razzia in Kampen


Op 13 november 1944 arriveerde bijvoorbeeld grote stroom gedeporteerden uit Rotterdam per schip in Kampen. De Van Heutszkazerne in die plaats werd op dat moment beheerd door de Duitse bezetter, die er grote groepen dwangarbeiders op doorreis naar Duitsland in wilde onderbrengen. De kazerne werd op slag overbevolkt en de situatie voor de Rotterdammers was schrijnend. Er was weinig voedsel en de hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk. Veel Rotterdammers werden ziek.

De reacties van de Kampenaren waren in veel gevallen hartverwarmend. Ze reikten voedsel en drinken aan en assisteerden zelfs bij ontsnappingen. Het Rode Kruis speelde een belangrijke rol bij het verzorgen van zieken, bij ontsnappingen en bij het in toom houden van de Duitse bezetter. Na de oorlog uitten de Rotterdammers hun dankbaarheid aan de Kampenaren en ook aan de bewoners van Wezep door bezoeken af te leggen en door schenkingen te doen. De band tussen Kampenaren en Rotterdammers kan na 70 jaar opgehaald worden, zo blijkt uit een groot artikel in de Stentor over het Oral History project Reis van de Razzia waarin 75 Rotterdammers en Schiedammers vertellen over hun belevenissen.

De publicatie van Reis van de Razzia op het internet, de belangstelling in de pers voor het onderwerp en de feestelijke opening van de Stadskazerne eind 2015 levert een uniek decisive moment op waarin aandacht kan worden gegeven aan een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Stadskazerne en aan de relatie tussen Kampen en de wereld.


De toekomst van de Van Heutszkazerne

Eind 2015 zal de Van Heutszkazerne de naam Stadskazerne gaan dragen. Met de naamsverandering vindt ook een nieuwe incarnatie plaats van het gebouw dat een volkomen nieuwe bestemming gaat krijgen. Het gebouw wordt het nieuwe onderkomen van het Gemeentearchief, Bibliotheek Kampen, het Gemeentearchief Kampen, RTV IJsselmond, de gemeentelijke archeoloog, de Stentor, een depot van het Stedelijk Museum Kampen en Historische Vereniging Jan van Arkel. Het gaat daarbij om:
‘Een verbinding tussen mensen; tussen jong en oud; tussen oude en nieuwe kennis; tussen heden en verleden; tussen fictie en feiten; tussen Kampen en de wereld’.


Tentoonstellingsontwerp ‘Reis van de Razzia door Kampen’.

Reis van de Razzia, de verhuizing van het Gemeentearchief en de opening van de Stadskazerne zijn drie elementen die op een natuurlijke wijze samen lijken te vallen. Om dit unieke moment te benadrukken hebben we het volgende tentoonstellingsproject ontwikkelt, gebaseerd op Reis van de Razzia in Getuigenverhalen.nl. Het voorstel betreft een tentoonstellingsobject dat binnenin de Stadskazerne geplaats kan worden na de opening. Naast het tentoonstellingsobject zijn er events met een educatieve functie.


Bekijk of download het ontwerp voor Project Expositie Kampen

Wat het Verzet uit WOII te maken heeft met bescherming van Data.

Op donderdag 10 november vindt er een zeer speciale publiekspremière plaats van de spannende thriller img_2409Snowden. Na afloop van de voorstelling is er via live video verbinding een Q&A met de echte Edward Snowden vanuit Rusland!

De focus van de Q&A ligt op het onderwerp online privacy. Snowden wordt in 2013 wereldwijd bekend nadat hij geheime documenten over spionageactiviteiten van de Amerikaanse veiligheidsdienst NSA naar de media lekt. Om die reden loopt momenteel een FBI-arrestatiebevel tegen hem uit, waardoor de klokkenluider in Rusland verblijft. (Bron Pathe Bioscopen, 9 november 2016).

scan1944. Ook de klerk van de politie-administratie en zijn chef W.J.A. de Jager zetten een belangrijke stap. Zij doken onder toen Knook op 2 november 1944 te maken kreeg met een opdracht die afkomstig was van kolonel Boelstra.

Die verordonneerde namelijk dat er een lijst opgesteld moest worden met namen van Schiedamse politieambtenaren die in aanmerking kwamen voor de gehate Arbeidsinzet. Knook moest dat bevel uitvoeren en had het er moeilijk mee. Hij raadpleegde zijn chef de Jager en ook die vond het een onmogelijke taak. Beiden namen toen het besluit daar niet aan mee te werken en onder te duiken. Ze verschenen niet meer op het bureau nadat ze eerst een deel van de politieadministratie hadden meegenomen. Jan Knook dook onder en ook de Jager verdween spoorloos. ze werden niet door de Duitsers gevonden. (Bron: Schaduwen over Schiedam, gebeurtenissen en belevenissen tijdens de bezettingsjaren 1940-’45, uitgave Fonds Historische Publicaties Schiedam i.s.m. Historisch Archief Schiedam).

In archieven, mail en telefoonbestanden van burgers wordt regelmatig ingebroken door spionagediensten als de CIA en NSA. Ook andere grootmachten doen daar aan mee. Wikileaks en de onthullingen van Edward Snowdon maken duidelijk dat dat op grote schaal gebeurt.

De overeenkomst tussen de Nazis uit 1944 en de Amerikanen van nu lijkt vergezocht. Het gevaar van repressie ligt echter wel op de loer. Het probleem is namelijk dat veel overheden niet democratisch accountable willen zijn voor hun onderzoeksactiviteieten. De VS is via de NSA al overgegaan tot maatregelen als het onder druk zetten van instanties als Google en Facebook. Deze worden gedwongen om hun gegevens af te staan. Gegevens van Mail en telefoon worden ook afgetapt, wereldwijs. Misschien wordt het tijd om te zeggen, samen met  W.J.A. de Jager en vele anderen uit die tijd, dat inzage in persoonlijke gegevens en bedrijfsmatige data niet zonder meer toegestaan kan worden. De geschiedenis wijst uit dat het verstandig is om archieven en data te beschermen. Om over het recht op vrijheid en privacy maar niet te spreken.

Over de gevolgen van het onderduiken van W.J.A. de Jager. 

De vrouw en zeven kinderen van W.J.A. de Jager werden, na het verdonkeremanen van de politiearchieven, regelmatig gepest door de Duitsers, die hem graag te pakken wilden nemen. Om represailles te ontlopen is het gezin, verspreid over verschillende gezinnen, ondergedoken. Op de dag van de Razzia van Rotterdam, op 10 november 1944, verbleef de 17-jarige zoon van W.J.A. de Jager, Wim, in het huis van een vriend, Frans Mineur. De vader van Frans besloot tegemoet te komen aan het bevel van de Duitsers, Frans moest maar gaan. Wim had daardoor ook geen onderdak meer en ging, ten arren moede, met zijn vriend Frans op pad naar de schuiten die ze via Wezep naar Duitsland zouden brengen.

Kijk ook op: https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:57456

In memoriam: Henk Hofland

 

Interview met henk Hofland voor Reis van de Razzia
Interview met henk Hofland voor Reis van de Razzia

Hendrik Johannes Adrianus (Henk) Hofland (Rotterdam 20 juli 1927 -21 juni 2016 was een Nederlandse journalist, columnist, essayist, romancier en schrijver. Hij ontving de P.C. Hooft 2011 en werd in 1999 door zijn collega’s uitgeroepen tot dé Nederlandse journalist van de twintigste eeuw. (Wikipedia)

Henk Hofland had ook zitting in het Comite van Aanbeveling van Stichting Reis van de Razzia. Hij ontsnapte ternauwerdood aan de razzia van Rotterdam in november 1944. In een gefilmd interview schetst Hofland onder andere de jaren van wederopbouw en verzet tegen de heersende machthebbers. Het volledig interview is hier te zien: INTERVIEW HENK HOFLAND.

Uit dit interview volgt hieronder een tekstfragment.

‘De omgeving maakt de mensen natuurlijk ook hè, je maakt niet jezelf en ik heb het gevoel dat ik nadat de school gesloten was beter tot mijn recht ben gekomen. Een vrije jongen. Alles doen wat God verboden heeft. En Jezus ja, wat, ik heb mij geen seconde verveeld in de Hongerwinter! Er was geen gezag meer. Het gezag was absoluut verdwenen. Het schoolgezag was verdwenen. Mijn ouders heb ik altijd wel respect voor gehad. Maar gezag is iets anders. En mijn vader was niet iemand die mij commandeerde, het was geen strenge man of zo. En mijn moeder ook geen strenge vrouw. Dus ik heb altijd mijn gang kunnen gaan en dat heeft mij zeer bevallen! Ik heb wat dat betreft in de Hongerwinter de afsluiting van een zeer gelukkige jeugd gehad.’

‘De mensen die probeerden mij te commanderen, die schreeuwen tegen een muur. Dat is mij absoluut vreemd. De commando’s die ik van mijn eerste hoofdredacteur kreeg, bijvoorbeeld: “meneer Hofland”, ik krijg telefoon van iemand uit Den Haag en “ik zou het op hoge prijs stellen als u die te woord stond”. Goed, dus daar komt inderdaad telefoon uit Den Haag, “ja, met Pietersen, kan ik met u praten?”. “Ja, zeker, natuurlijk”. We gaan naar de (…) en daar drinken we een kopje koffie en die Pietersen, die ontpopt zich als een lid van de BVD, de voorloper van de CIA en NSA, hoe vind je dat? “Wij vinden een zeker iemand een verdacht persoon en wij zouden het op hoge prijs stellen als u af en toe een rapport over hem indiende, bij ons, en daarvoor kunt u een ruime declaratie indienen”. Nou, ik zei “meneer Pietersen, u bent aan het verkeerde adres, even goede vrienden, maar de groeten”. Later hoorde ik dat er journalisten zijn geweest die op de betaallijst van de BVD stonden en de BVD schoof flink , hoe vind je het? Allerlei dingen waarvan men zegt “je moet” dan denk ik “bekijk het, dat doe ik niet!”.

Website Reis door het Achterland

logo_razzia_valies_kaart_nieuw kopie copy

De nieuwe website Reis door het Achterland komt voort uit het project Reis van de Razzia. De collectie interviews met razziagangers en getuigen is overgedragen aan het NIOD die het project permanent onder haar hoede neemt.

Interviews op Getuigenverhalen

De collectie interviews is voor altijd opgeslagen bij het digitaal archief DANS waardoor de getuigenissen altijd toegankelijk zijn en blijven. Stichting Reis van de Razzia gaat met nieuwe projecten door, geinspireerd door de mannen van de razzia die met hun gezinnen de Wederopbouw en de uitvoering van de Verzorgingsstaat ter hand hebben genomen. DANS en het NIOD zijn beide instituten van het KNAW (Koninklijke Nederlandse Academie van Wetenschappen).

Dans

Logo+wolk_300dpi