Grassroots “Détente”

‘A Citizens Search for Common Ground in a Divided Europe’

In the early 1980’s some of the dissident members of the Warsaw Pact Countries supported by the Helsinki Accords signed in 1975, tried to create more space for citizenship and establish a more civil community. This reversal in attitude reflected the original approach, way of thinking and working of organizations such as IKV (Interchurch Peace Council) and Pax Christi. 

The strategy of the Dutch Peace Council, called ‘Ontspanning van Onderop’ (Grassroots Détente) was to involve civilians and local organizations in the debate about geopolitical issues concerning peace and the Cold War. Civilians were to play an important role in dismantling antagonistic notions and enemy sterotyping between Western Europe and The Sovjet-Union.

The Journey of the Razzia (Reis van de Razzia) project examines and researches the heritage of the Peace Movement which originated immediately after World War II and which eventually evolved in to the strategy “Ontspanning van Onderop”. A valid research question would be if that strategy is relevant for today’s citizens and if a civilian is able to truly influence matters of war, hostilities and peace in the vast geopolitical battlefields that are still haunted by the shadow of the Cold War. 

This project is based upon the heritage of traditional initiatives such as Jumelage, or Town Twinning, whereby citizens of either town are enabled and encouraged to socialize and interact with one another on a municipal level in order to get acquineted with an unfamiliar framework, overcoming historical borders. 

Networks and new mutualism: how embeddedness influences commitment and trust in small mutuals

Eva Vriens, Vincent Buskens, Tine de Moor Socio-Economic Review, mwz050, https://doi.org/10.1093/ser/mwz050

As an example of the premisse below see: Chronicle of the Governors’ Association: an Investigation into the Resilience and Longevity of the Co-operative Structure of the Communal Sickness Fund ‘To Our Avail’. https://doi.org/10.1163/24523666-00401004 https://easy.dans.knaw.nl/ui/datasets/id/easy-dataset:67764/tab/2

Gebed, Studie, Actie!

Ben Schennink, oud wetenschappelijk medewerker van het Cicam in Nijmegen en bestuurslid van Pax (Pax Christi/IKV) vertelt over de beginjaren van Pax Christi en over de opdracht van kardinaal Feltin: “Gebed, Studie, Actie!”.

Maurice Kardinaal Feltin, aartsbisschop van Parijs, tijdens een rede voor de ambassadeurs in Frankrijk op 21 december 1951:

Studie: “Dat is juist het tweede doel van Pax Christi: centrum van studie zijn. Centrum van voorlichting allereerst, om de publieke opinie wakker te schudden en te vormen, die gevangen zit in de lenzen en vastgeroeste vooroordelen van de grote persbureaux; en om in het licht van de christelijke beginselen een internationaal verantwoordelijkheidsbesef aan te kweken, eerst bij de katholieken en dan, door hen, bij al hun landgenoten. Op de tweede plaats centrum van voortgezette studie, waar specialisten van de vrede samenkomen voor verder onderzoek: economen,sociologen, theologen en andere wetenschappelijk gevormden. Zij zullen elkaar voornamelijk ontmoeten ter vruchtbare bespreking van de moeilijkste problemen, waarvoor de pioniers van een wereldvrede komen te staan. Behalve gebed en studie streeft Pax Christi nog een derde doel na: het wil een haard van actie zijn.” (bron: “De Weg Naar Vrede, Nelissen. 1954, Bilthoven)

Feltin gaf de beweging de woorden gebed, studie en actie mee, om te voorkomen dat de beweging “de zoveelste vrome, brave, burgerlijke gebedsbeweging” werd . De invulling van deze woorden (gebed, studie, actie) in het vredeswerk verschilde door de jaren heen.

Het aspect ‘actie’ betrof voettochten, de Vredesweek, lobbying en druk uitoefenen op de nationale en lokale politiek, demonstraties tegen kernwapens, en de strategie ‘Ontspanning van Onderop’ die, onder andere, inhield dat burgers van alle mogelijke gezindten werden betrokken bij de oprichting van stedenbanden met voormalige Oostblok landen. Een aantal van die stedenbanden bestaan nog. Ze moeten tegenwoordig doen zonder de wetenschappelijke ondersteuning van voorheen en de Landenkringen waar ze deel van uitmaakten zijn opgeheven door geldgebrek. Het ‘gebed’ in het motto van Feltin is door de ontkerkelijking minder hoorbaar maar is bijvoorbeeld in een seculiere variant terug te vinden in de studie van Mark Elchardus: ‘Voorbij het Narratief van Neergang’. (Lannoo. 2015, Tielt).

Illustraties bij Research Data Journal for the Humanities and Social Sciences


Interviewee Jan de Ruiter now is a pensioner, but he has always been an entrepreneur. He is the treasurer of the Governors’ Association, just like his father was before him. His grandfather was also the owner of café Het Sluisje, the assembly room of the association from 1905 until 2017.
Café ‘Het Sluisje’ under new ownership, a newly formed co-operative in 2017. 


De ‘Commons’ en de sharing economy

In het kader van Europese wetgeving gericht op transparantie komt er meer druk op de kleine coöperatieve verenigingen komt te staan. Ook de grote zorginstellingen stellen contractuele eisen waar kleinere coöperaties moeilijk moeilijk aan kunnen voldoen. (Bron: Researchgroep Institutions for Collective Action, Universiteit van Utrecht). Kleinere coöperaties in Nederland krijgen steeds moeilijker en worden incidenteel zelfs opgeheven. Voor instituten die zich oorspronkelijk op eigen kracht hebben moeten oprichten is deze bemoeienis moeilijk te verteren, zeker als hij eerder beperkend is dan stimulerend.

Een nieuwe waardering van het coöperatief erfgoed kan een goede stimulans zijn voor een sfeer van openheid waardoor er gezamenlijk kan worden gezocht naar antwoorden.
Er zal ook overeenstemming moeten zijn over wat de coöperatieve gedachte inhoudt.

Er is een plethora aan nieuwe initiatieven die misverstanden in de hand werken. Zo’n misverstand is dat ‘the sharing economy’ een vorm van ‘commons’ is en daarmee een soort cooperatie kan zijn. Brian Van Slyke en David Morgan stellen op hun website “Grassroots Economic Organizing’ dat: ‘Sinds de recessie zijn er meer en meer mensen op zoek naar economische alternatieven. Men zoekt naar mutuele oplossingen in plaats van de “het is ieder voor zich” filosofie. In de kern is de ‘sharing economy’ echter een regeling om de risico’s van bedrijven te verschuiven naar individuen met de bedoeling om enorme winsten op te strijken met lage vaste kosten’. Deze ‘sharing economy’ bedrijven behoren tot de oude extractieve economie maar werken onder de vlag van de nieuwe generatieve economie. Ze doen zich voor als commons, als coöperatieve bedrijven en instituten maar zijn het niet.

Deze verwarring van definities wordt onderschreven door prof. Tine de Moor van de Universiteit van Utrecht. Zij pleit voor een helder onderscheid waardoor de kwaliteiten van de coöperatieve beweging in onze veranderende verzorgingsstaat tot hun recht kunnen komen.
De cooperatieve beginselen zijn dus heel anders dan veel bedrijven die zich groeperen onder de sharing economy.

De definitie van een coöperatie volgens Rochdale is dat het een autonome vereniging is van personen die zich vrijwillig hebben verenigd om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften te versterken door middel van gezamenlijk eigendom binnen een democratisch gecontroleerde onderneming of instituut, gereguleerd door met elkaar overeengekomen beginselen. Het gaat niet om de rechtsvorm coöperatie, als aan de beginselen tegemoet wordt gekomen, als aan de beginselen wordt beantwoord is er sprake van een coöperatie.

Het onderzoek ‘Kroniek van een Bazenbondje’ dat word uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia is medio september 2016 beschikbaar. Uit het verslag wordt verder duidelijk waar de traditie uit bestaat, hoe hij geworteld is in de samenleving en wat de historische verbanden en achtergronden zijn.