Inleiding
“The post-national, welfare-state, cooperative, pacific Europe was not born of the optimistic, ambitious, forward-looking project imagined in fond retrospect by today’s Euro-idealists. It was the insecure child of anxiety. Shadowed by history, its leaders implemented social reforms and built new institutions as a prophylactic measure to keep the past at bay.”
— Tony Judt, Postwar: A History of Europe Since 1945
Het project Friends in a Cold Climate vindt zijn oorsprong in de jaren zestig, een periode waarin Groot-Brittannië nog geen lid was van de EEG (Europese Economische Gemeenschap). Het was de tijd van de Koude Oorlog, van een verdeeld Europa met een fysieke en ideologische grens tussen Oost en West. Landsgrenzen werden bewaakt, het Schengenakkoord bestond nog niet, en ieder land kende zijn eigen munteenheid. Reizen was geen vanzelfsprekendheid, maar een bijzondere ervaring.
Dit project keert terug naar die periode en onderzoekt het fenomeen van stedenbanden: de formele relaties tussen gemeenten in verschillende landen. Deze banden worden vaak zichtbaar gemaakt door borden bij gemeentegrenzen, maar wat schuilt er achter deze symbolen? Welke idealen, verwachtingen en zorgen lagen ten grondslag aan deze initiatieven?
Friends in a Cold Climate is een documentair project dat uit twee onderdelen bestaat. Enerzijds worden oral history-interviews afgenomen met deelnemers aan stedenbanduitwisselingen, waarin zij reflecteren op hun ervaringen en verwachtingen. Deze interviews worden digitaal gearchiveerd en toegankelijk gemaakt. Anderzijds wordt een visueel dossier samengesteld in boekvorm, bestaande uit archiefmateriaal, fotografie en fragmenten uit de interviews. Samen vormen deze onderdelen een gelaagd verslag van een reis door Europa.
De Esslingen-connectie
Na de Tweede Wereldoorlog ontstonden in heel Europa vriendschapsbanden tussen steden. Burgers, gemeentebestuurders en kerkelijke organisaties zochten actief naar manieren om vrede en wederzijds begrip te bevorderen.
In 1964 sprak de stichting De Schiedamse Gemeenschap de ambitie uit: “Eens wordt Europa werkelijk”, bij het aangaan van banden tussen Schiedam, Neath en Esslingen. Deze samenwerking groeide uit tot een netwerk waarin ook steden als Udine, Velenje en Vienne participeerden. Dit netwerk werd bekend als het Verbund der Ringpartnerstädte, waarin elke stad actief contact onderhield met meerdere partnersteden.
Na ruim 35 jaar besloot de gemeente Schiedam zich uit dit verband terug te trekken. Europese integratie had nieuwe mogelijkheden gecreëerd voor samenwerking, en de oorspronkelijke functie van stedenbanden leek aan betekenis te verliezen. Waar eerder de nadruk lag op vredesbevordering en internationale verbondenheid, verschoof de focus naar praktische samenwerking, kennisuitwisseling en toegang tot Europese subsidies.
Een vergelijkbare ontwikkeling vond plaats in Neath Port Talbot, dat zich in 2015 terugtrok uit het netwerk. Bezuinigingen speelden een rol, maar ook het gevoel dat de oorspronkelijke noodzaak — het voorkomen van oorlog — minder urgent was geworden.
Toch blijven geopolitieke ontwikkelingen hun invloed uitoefenen op het dagelijks leven van burgers. Denk aan spanningen binnen de eurozone, migratievraagstukken en de veranderende verhoudingen met buurlanden. Deze dynamiek heeft onder meer bijgedragen aan het Britse besluit om de Europese Unie te verlaten.
Het verhaal van het Verbund der Ringpartnerstädte weerspiegelt daarmee bredere ontwikkelingen in Europa: van wederopbouw en Koude Oorlog tot globalisering en Europese integratie. Het is een geschiedenis verteld vanuit het perspectief van burgers — deelnemers, organisatoren en bestuurders — die deze veranderingen van dichtbij hebben meegemaakt.
Geschiedenis en relevantie
Friends in a Cold Climate maakt deel uit van een groter verhaal: dat van burgers die, in een verdeeld Europa, actief zoeken naar gemeenschappelijke grond.
Na de Tweede Wereldoorlog bevonden zich miljoenen ontheemden in Europa. Kort daarop ontstond een tegengestelde beweging: burgers reisden vrijwillig naar voormalige vijandelijke landen om nieuwe relaties op te bouwen. Verzoening werd gezien als een essentieel middel om toekomstige conflicten te voorkomen.
Stedenbanden vormden een concrete uitwerking van dit streven. In 2018 bestonden er in Europa circa 20.000 van dergelijke samenwerkingen. Hoewel de invulling per geval verschilt, delen zij een gemeenschappelijke praktijk: directe, persoonlijke ontmoetingen op basis van wederkerigheid.
Aanvankelijk gedreven door angst voor herhaling van oorlog, ontwikkelden stedenbanden zich tot duurzame sociale netwerken. Voor veel deelnemers werden partnersteden herkenningspunten op de kaart van Europa, verbonden aan persoonlijke herinneringen en ervaringen.
In de loop der tijd veranderde hun betekenis. Na de val van de Berlijnse Muur breidden stedenbanden zich uit richting Oost-Europa. Tegelijkertijd ontstond het idee dat Europese integratie ‘voltooid’ was, waardoor sommige banden verwaterden. Vandaag de dag staan deze relaties opnieuw onder druk door opkomend nationalisme, geopolitieke spanningen en maatschappelijke polarisatie.
De Covid-19-pandemie heeft daarnaast het fysieke ontmoeten — essentieel voor stedenbanden — tijdelijk onmogelijk gemaakt. Digitale communicatie werd een alternatief, maar benadrukt tegelijkertijd het belang van directe menselijke interactie.
Methodologie
1. Mapping of trajectories
Dit project benadert stedenbanden als een vorm van geo-sociaal netwerk dat zich op meerdere niveaus afspeelt:
- de Europese gemeenschap als geheel
- de deelnemende gemeenten
- lokale organisaties en verenigingen
- individuele deelnemers
De focus ligt op de rol van burgers. Hun motivatie kan variëren: van idealisme tot nieuwsgierigheid of reislust. Ongeacht deze motivatie worden deelnemers beschouwd als actieve producenten van betekenis. Door deel te nemen aan uitwisselingen positioneren zij zichzelf in relatie tot anderen en tot Europa als geheel.
De centrale vraag luidt:
in hoeverre helpt deelname aan stedenbanduitwisselingen burgers om hun plaats in de wereld te begrijpen en vorm te geven?
2. Travelogues en resonantie
De socioloog Hartmut Rosa introduceert het concept ‘resonantie’ als een manier om de relatie tussen individu en wereld te begrijpen. Resonantie ontstaat wanneer interacties wederkerig en betekenisvol zijn, en wanneer beide partijen hun eigen stem behouden.
Rosa onderscheidt drie assen:
- Verticale as: geschiedenis, natuur, ideologie
- Diagonale as: plaatsen, activiteiten, reizen
- Horizontale as: sociale relaties en politieke ruimte
Deze driedeling vormt de basis voor de interviews binnen dit project. De gesprekken richten zich onder meer op:
- de verhouding tussen persoonlijke motivatie en collectieve idealen
- de betekenis van reizen binnen stedenbanden
- de rol van sociale netwerken en burgerparticipatie
Organisatie en uitvoering
Friends in a Cold Climate wordt uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia, een organisatie die zich richt op het ontwikkelen van projecten rond sociale geschiedenis, herinnering en burgerparticipatie.
Het project is opgezet als pilot en heeft als doel inzicht te bieden in de mogelijkheden voor verdere ontwikkeling. Alle interviews worden getranscribeerd, gearchiveerd en toegankelijk gemaakt via DANS (Data Archiving and Networked Services).
De stichting werkt samen met diverse partners en professionals op het gebied van onderzoek, archivering en redactie. Transparantie in financiering, uitvoering en verslaglegging vormt een belangrijk uitgangspunt.
Slot
Friends in a Cold Climate vertelt een verhaal over reizen en ontmoeten, over burgers die — vaak buiten het zicht van grote politieke structuren — actief bijdragen aan internationale verbondenheid.
Wat begon als een reactie op angst en verdeeldheid, blijkt mogelijk nog altijd relevant in een tijd waarin Europa opnieuw onder druk staat.
