De Stedenband Groningen-Moermansk

Om aan de Koude Oorlog voorbij te kunnen gaan

De dertig jaar oude stedenband tussen Groningen en Moermansk kan gezien worden als een een instituut maar ook als een gezelschap mensen van steeds wisselende samenstelling verbonden door het centraal doel ‘het vinden van gemeenschappelijke grond tussen Groningen en Moermansk’ om zo op een persoonlijke manier een bijdrage te leveren aan vrede en welzijn tussen Oost en West, tussen Rusland en Nederland.

De stedenband is voortgekomen uit contacten die zijn aangegaan door een divers gezelschap bestaande uit onder andere het Gronings Vredesplatform, het Arctisch Centrum en het Polemologisch Instituut van de Rijksuniversiteit Groningen en de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij, onder begeleiding van de toenmalige burgemeester van Groningen, Jos Staatsen. In 1989 troffen zij een Rusland aan dat aan de vooravond stond van enorme veranderingen een land dat na 30 jaar sterk veranderd is. Het uitgangspunt van de stedenband, het overwinnen van tegenstellingen door het vinden van gemeenschappelijke grond, is gedurende al die jaren onveranderd gebleven. De band tussen de twee steden heeft een permanente ruimte kunnen innemen binnen dit steeds veranderende geo-politieke krachtenveld. Een ruimte aan de andere kant van Europa, een geconstrueerde vriendschappelijke ‘enclave’ die kan worden ingenomen door burgers die betrokken willen zijn bij vraagstukken van vrede en veiligheid. [i]  

De stedenbanden die zijn aangegaantussen Oost enWest in de periode rond de val van de muur zijn vaak gemotiveerd door het gedachtegoed van de Nederlandse vredesbeweging en vanuit het idee van ‘burger diplomatie’. Het idee van de stedenbanden is al veel ouder. Begonnen rond 1900 kreeg het idee een nieuwe impuls na de Tweede Wereldoorlog. Vanuit een dringende behoefte aan verzoening werden er onmoetingen georganiseerd tussen burgers van verschillende landen om op die manier aan gevoelens van vijandschap voorbij te kunnen gaan. Anno 2018 zijn er zo’n 20.000 stedenbanden in Europa waarvan 2200 tussen Frankrijk en Duitsland. Het begrip stedenband is, hoe vaag dan ook, verankerd in het collectieve bewustzijn. Het begrip is daarmee in feite een Lieux de Memoire, een monumentaal immaterieel erfgoed dat aandacht verdient. In de ogen van het tegenwoordige publiek zijn stedenbanden vaak wat stoffig, ze dragen een imago van vriendelijke wellevendheid met zich mee.[ii] De inspanning echter die achter het aangaan van een stedenband schuilgaat en de moeite die het kost om vrienschappelijke relaties te onderhouden in tijden van mondiale spanning, zijn helaas niet zichtbaar in de keurige welkomstborden die vaak bij gemeentegrenzen zijn geplaatst.

Vanaf 1989 na de val van de Muur onstond een nieuwe golf van stedenbanden, ditmaal tussen Nederland en landen uit het voormalig Oostblok. Het initiatief voor een aantal van die stedenbanden was vaak al eerder genomen door de vredesbeweging wiens strategie “Ontspanning van Onderop” het realiseren van wederzijds begrip en op het afbreken van vijandbeelden wilde bevorderen. Na de val van de Muur werd ook gestreefd naar hulp bij economische hervormingen en steun bij het democratisch proces. De stedenband Groningen-Moermansk is een voorbeeld van een stedenband met een unieke geschiedenis in de vredesbeweging. Een belangrijke naam in de geschiedenis daarvan is Ben ter Veer, indertijd medewerker aan het Polemologisch Instituut aan de Universiteit van Groningen en actief als voorzitter van het IKV het Interkerkelijk Vredesberaad . Ben ter Veer bracht zijn ideeën ook in de praktijk als voorzitter van de stedenband Groningen-Moermansk. Hij was al eerder, vanaf 1966, bestuurslid van de Rooms-Katholieke vredesbeweging Pax Christie. Deze beweging, ontstaan na de Tweede Wereldoorlog, was sterk gemotiveerd door de pauselijke encycliek Pacem In Terris uit 1962. In deze encycliek, werd opgeroepen tot wereldvrede en tot een kritische en actieve houding door ‘mensen van goede wil’.[iii] Deze benadering is ook te herkennen in de praktijk van de stedenband Groningen-Moermansk. Ter Veer stelt in 1998 in een verslag dat er “expliciet aandacht werd besteed aan de noodzaak om de burgers te informeren over elkaars steden, de ontwikkelingen die zich in het leven van burgers voordoen”.[iv] De stedenband Groningen-Moermansk wordt dan al niet meer door de vredesbeweging ondersteund maar is een zelfdragende organisatie geworden gedreven door ‘mensen van goede wil’, afkomstig uit de gemeente, het bedrijfsleven en uit de stad. De stedenband is in die periode ook deel gaan uitmaken van de Landenkring Rusland, een verband waarin de steden met een band in Rusland bijeenkomen om kennis en ervaring uit te wisselen. Ben ter Veer stelde in 1967 in een rede voor Pax Christi dat een programma geworteld moet zijn in een historisch bewustzijn van de unieke trends die zich sinds de Tweede Wereldoorlog ontwikkelen.[v] Van een gemeenschappelijk prorgamma is anno 2019 geen sprake meer.

De Landenkring Rusland is inmiddels opgeheven en een groot aantal stedenbanden met landen van het voormalig Oostblok zijn opgeheven. Tussen Nederland en Rusland is nog een enkele stad actief, waaronder Groningen. De noodzaak om een stedenband met Rusland te onderhouden is daartentegen niet afgenomen, integendeel. Organisatoren en participipanten kunnen een beeld schetsen wat er voor hen op het spel staat. De huidige voorzitter van de Stichting Stedenband Groningen-Moermansk Marjo van Dijken stelt bijvoorbeeld: “De relatie tussen Nederland/Europa en Rusland staat onder grote politieke druk”, maar: “Wanneer mensen met de rug naar elkaar toe gaan staan, geen oogcontact meer hebben, elkaars stem niet meer horen- zeker niet wanneer er gefluisterd wordt – dan vergroten we niet onze eigenheid en zelfstandigheid: dan verliezen we onze medemenselijkheid.”Voor Ben ter Veer gaat het niet alleen om goede bedoelingen, hij is ook openlijk pragmatisch: “It can perhaps be considered to be in our own interest to work for international co-operation, for otherwise, in the long run, we might find ourselves at the receiving end of very negative developments”.[vi]


[i] Paul Scheffer in NRC/handelsblad 21 sept. 2018 signaleert een maatschappelijk probleem door te stellen dat: De afstand tussen de internationalisering van de wereld en de plaatsgebonden levens van het merendeel van de bevolking is toegenomen. Dat is een voorname oorzaak van het verschil tussen de positieve waardering die mensen aan hun eigen leven toekennen en het sombere oordeel van diezelfde mensen over de samenleving: ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht.’ De vele verhalen over de virtuele wereld die we bewonen ten spijt: ook in onze tijd doen afstanden er nog steeds toe.”

Het overbruggen van afstanden en de ontmoetingen door ‘plaatsgebonden’ burgers lijken de hierboven beschreven stemming tegen te gaan. Zie ook de enquete: YouGov, European Youth 2018 en Young Europe 2018, (2018) TUI Stiftung, Hannover. Hierin wordt het positieve effect van uitwisselingsprogramma’s opgemerkt.

[ii] Ewijk, Edith van. “Stedenbanden hebben een imagoprobleem. Mensen denken vaak aan de ontwikkelingsbanden uit de jaren ’80, waar Nederlandse gemeenten bijvoorbeeld hulp boden aan arme gemeenten in Nicaragua. Of aan plezierreisjes van gemeenteambtenaren.” (N.a.v. onderzoek: Knowledge exchange and mutual learning in Dutch-Moroccan and Dutch-Turkish municipal partnerships). (14-02-2014) OneWorld

[iii] Interview met Ben Schennink, oud wetenschappelijk medewerker aan het Studiecentrum voor Vredesvraagstukken te Nijmegen ensecretaris van Pax Christie. Interview in het bezit van de auteur.

[iv] Bijvoorbeeld: Henk Gerritsma van het Centrum voor Onderwijs over internationale Vraagstukken (COIV) van de vakgroep Polemologie ontwikkelde al in 1989 een relatie met het Moermansk Rijks Pedagogisch Instituut om in samenwerking daarmee voor 12 to 18 jarigen leergangen te ontwikkelen over mogelijke problemen en conflicten. Gerritsma is als bestuurder in het IKV actief geweest.

[v] Schennink, Ben et al, In Beweging voor de Vrede, Veertig jaar Pax Christie: geschiedenis, werkwijze, achterban en invloed.

[vi] Ter Veer, Ben in: Dion van den Berg (et al), Winning by Twinning: Experiences and Evaluations of Links between Dutch and Central European Cities. 1996. Peace Research Centre, Nijmegen.