De stedenband Wageningen-Gödöllő

Burgers op zoek naar gemeenschappelijke grond in een verdeeld Europa

De stedenband tussen Wageningen in Nederland en Gödöllő, een stad op zo’n 60 kilometer van Budapest in Hongarije is ontstaan na de val van het IJzeren Gordijn in 1989. stedenband. In een periode van ongekend optimisme knoopten tientallen Nederlandse steden enthousiast banden aan met het voormalig Oostblok. Het communistische systeem had het uiteindelijk afgelegd tegen het democratische Westerse model.

De stedenband tussen Wageningen en Gödöllő is inmiddels zo’n 30 jaar oud. Ieder jaar vindt er een uitwisseling plaats. Dit jaar vertrekt er in oktober een delegatie naar Hongarije. Een reisgezelschap kan bestaan uiy onder andere uit middelbaar scholieren, het vrouwennetwerk Ingenieurs, de gemeente(raad)Welzijn en Gezondheidszorg, jongerenafdelingen van lokale politieke partijen en vertegenwoordigers van de organisatie. De deelnemers worden ondergebracht bij gastgezinnen en nemen deel aan een intensief programma van uitvoeringen, ontmoetingen en officiële handelingen, dat twee dagen duurt.

Buiten het stedenbandbezoek om speelt zich een ander programma af: dat van de Hongaarse gemeentelijke verkiezingen. De uitkomst daarvan is niet alleen van belang voor Gödöllő, het is ook een indicatie van de populariteit van de leidende landelijke partij Fidesz, een partij die een nationalistische politiek voorstaat met beperkte vrijheden voor burgers, wat volgens de Europese Unie in tegenspraak is met haar beginselen. Door deze politiek zijn er serieuze breuklijnen ontstaan binnen de EU. In een brandbrief aan de internationale pers schreven een dertigtal Europese intellectuelen een artikel met de kop ‘Europa is in Gevaar’.[i] Het zou wel eens kunnen zo zijn dat het moderne concept van stedenbanden, dat uit de Tweede Wereldoorlog voortkwam en bedoeld was om vriendschap en begrip tussen voormalige vijanden en verschillende culturen te bevorderen,urgenter is dan ooit. 

Achtergronden 

In de jaren na 1945, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, stonden er al burgers op die absoluut wilden voorkomen dat Europa opnieuw in oorlog zou vervallen. Verzoening werd al belangrijk instrument gezien om dat te voorkomen. Om dat mogelijk te maken werden er ontmoetingen gerealiseerd tussen groepen burgers uit voormalig vijandelijke landen. De intentie was vaak om te komen tot een langdurige en formele vriendschapsrelatie tussen steden. Hoewel de burgers en burgemeesters vaak op eigen initiatief tot elkaar kwamen, kan de opkomst van stedenbanden na de Tweede Wereldoorlog beschouwd worden als een georganiseerd fenomeen. 

Zo werd de CEMR (the Council of European Municipalities and Regions) in 1951 opgericht om lokale gemeenschappen te mobiliseren om daarmee de eenwording van Europa te bevorderen. Ook de Europese Unie heeft, in al haar verschijningsvormen, deze ontwikkeling gestimuleerd. Haar streven naar ‘vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa’, bracht de EU in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede. In het besluit werd onderstreept dat: “Duitsland en Frankrijk gedurende een periode van zeventig jaar drie oorlogen hadden gevochten. Tegenwoordig zou een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk ondenkbaar zijn. Dit laat zien hoe, door gerichte inspanningen en door het opbouwen van wederzijds vertrouwen, historische vijanden hechte partners kunnen worden.” Ook de versterking van de democratie in Oost-Europa na de revoluties van 1989 en het overwinnen van “de scheiding tussen Oost en West” werden in het besluit gewaardeerd. 

Anno 2018 zijn er zo’n 20.000 stedenbanden in Europa waarvan 2200 tussen Frankrijk en Duitsland. Stedenbanden vormen met elkaar in feite een instituut, een los netwerk dat gelijktijdig met het ontstaan van de Europese Unie opgang heeft gemaakt. De historicus Tony Judt waarschuwt echter voor een te makkelijke interpretatie van de geschiedenis: “Het post-nationale Europa, dat van de verzorgingsstaat, coöperatief en vreedzaam, is niet geboren uit het optimistische, ambitieuze, progressieve project dat de de huidige Euro-idealisten zich voorstellen. Het was het onzekere kind van angst. Geplaagd door het spook van de geschiedenis voerden de leiders sociale hervormingen uit en richtten nieuwe instituten op als preventieve maatregelen om het verleden op afstand te houden”.[ii] “Stedenbanden ontstonden uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog om vervolgens te worden gevormd door de politiek en angsten van de Koude oorlog en de nasleep daarvan”.[iii]Het IJzeren Gordijn maakte het aangaan van contacten met landen uit het Oostblok lastig, zo niet onmogelijk. Het verenigd Europa bleef beperkt tot het westen.

Het idee van de stedenbanden in Europa kreeg opnieuw een impuls rond de val van de muur in 1989. De mogelijkheid van een herenigd Europa leidde tot een veelheid aan lokale initiatieven, variërend van het brengen van hulpgoederen en het organiseren van culturele uitwisselingen. Zo’n 20 Nederlandse steden knoopten banden aan met gemeentes in Hongarije om het democratiseringsproces te ondersteunen en de eenheid in Europa te bevorderen. 

Nederland-Hongarije-Europa

Van de 20 steden in Nederland met banden in Hongarije heeft meer dan de helft afgehaakt. Op dit moment zijn er naar schatting slechts 9 steden over met een band met een Hongaarse stad, waarvan een aantal niet actief is. Verklaringen voor de opheffing van een stedenband worden gevonden in vergrijzing binnen de organisatie of een gebrek aan financiële ondersteuning. Daarnaast werd er ook wel geredeneerd dat Hongarije was toegetreden tot de EU en dat een stedenband daarom overbodig geworden zou zijn.[iv] Een andere verklaring misschien is een gevoel van ongemak, over de politieke koers van Hongarije binnen de Europese Unie. Wat misschien ook een rol speelt is dat stedenbanden last hebben van een wat stoffig imago, ze worden niet altijd als relevant gezien.[v]

Wageningen is een van de weinig overgebleven Nederlandse steden die, samen met hun Hongaarse zusterstad, de stedenband actief onderhouden. De stedenband Wageningen-Gödöllő  bestaat al 26 jaar actief en wordt nog steeds door een breed deel van de bevolking gedragen. De officiële band tussen de twee steden is voortgekomen uit eerdere contacten door de kerkgemeenschap en bestaat sinds 1992. Het uitgangspunt, het ontmoeten en het overbruggen van verschillen door vriendschappelijke contacten, is gedurende die jaren onveranderd gebleven. Echter, Nederlandse deelnemers troffen in 1992 een Hongarije aan dat inmiddels sterk veranderd is. Ongetwijfeld kijken de deelnemers uit Hongarije tegenwoordig met een andere blik naar Nederland en naar de Europese Unie dan zij die 26 jaar geleden naar Nederland kwamen. Ook de Nederlanders komen in een ander Hongarije terecht dan hun voorgangers van 26 jaar geleden.

De stedenband heeft zich niet alleen in de loop der jaren ontwikkeld maar heeft standgehouden, ook in het huidige klimaat waarin het gros van de stedenbanden met Hongarije zijn verbroken. De vraag die kan worden gesteld is of een stedenband als Wageningen-Gödöllő  een rol heeft gespeeld in het wordingsproces van de Europa en wat de uitdagingen zijn waar burgers en burgemeesters in de toekomst nog voor komen te staan.


[i] [i] Bernard Henri Levy, Mario Vargas Losa, Herta Muller, Orban Pamuk et al, Huize Europa staat in Brand, (25 januari 2019) NRC 

[ii] Tony Judt Postwar: A History of Europe since 1945, New York Penguin, 2005

[iii] Nick Clarke (2010) Town Twinning in Cold-War Britain: (Dis)continuities in Twentieth-Century Municipal Internationalism, Contemporary British History, 24:2, 173-191, DOI: 10.1080/13619461003768272

[iv] Volgens een EU onderzoek is er nog geen evenwicht bereikt: “the pattern of young people’s engagement is not homogeneous throughout Europe. In some areas of the European Union particularly some countries in the Eastern and Baltic regions young people have not had as many experiences of global activism as their counterparts elsewhere”. ‘Situation of young people in the European Union’, Commission Staff Working Document (2018) European Commission.

[v] Ewijk, Edith van. “Stedenbanden hebben een imagoprobleem. Mensen denken vaak aan de ontwikkelingsbanden uit de jaren ’80, waar Nederlandse gemeenten bijvoorbeeld hulp boden aan arme gemeenten in Nicaragua. Of aan plezierreisjes van gemeenteambtenaren.” (N.a.v. onderzoek: Knowledge exchange and mutual learning in Dutch-Moroccan and Dutch-Turkish municipal partnerships). (14-02-2014) OneWorld