Illustraties bij Research Data Journal for the Humanities and Social Sciences

Interviewee Jan de Ruiter now is a pensioner, but he has always been an entrepreneur. He is the treasurer of the Governors’ Association, just like his father was before him. His grandfather was also the owner of café Het Sluisje, the assembly room of the association from 1905 until 2017.

Café ‘Het Sluisje’ under new ownership, a newly formed co-operative in 2017. 

Een Social Network: Stedenbanden na de Koude Oorlog

Een Social Network: Stedenbanden na de Koude Oorlog (project in ontwikkeling)

In de jaren na 1945, in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, stonden er alburgers op die absoluut wilden voorkomen dat Europa opnieuw in oorlog zou vervallen. Verzoening werd al belangrijk instrument gezien om dat te voorkomen. Om dat mogelijk te maken werden er ontmoetingen gerealiseerd tussen groepen burgers uit voormalig vijandelijke landen. De intentie was vaak om te komen tot een langdurige en formele vriendschapsrelatie tussen steden. Hoewel de burgers en burgemeesters vaak op eigen initiatief tot elkaar kwamen, kan de opkomst van stedenbanden na de Tweede Wereldoorlog beschouwd worden als een georganiseerd fenomeen. 

Zo werd de CEMR (the Council of European Municipalities and Regions)in 1951 opgericht om lokale gemeenschappen te mobiliseren om daarmee de eenwording van Europa te bevorderen.Ook de Europese Unie heeft, in al haar verschijningsvormen, deze ontwikkeling gestimuleerd. Haar streven naar ‘vrede en verzoening, democratie en mensenrechten in Europa’, bracht de EU in 2012 de Nobelprijs voor de Vrede.In het besluit werd onderstreept dat: “Duitsland en Frankrijk gedurende een periode van zeventig jaar drie oorlogen hadden gevochten. Tegenwoordig zou een oorlog tussen Duitsland en Frankrijk ondenkbaar zijn. Dit laat zien hoe, door gerichte inspanningen en door het opbouwen van wederzijds vertrouwen, historische vijanden hechte partners kunnen worden.” Ook de versterking van de democratie in Oost-Europa na de revoluties van 1989 en het overwinnen van “de scheiding tussen Oost en West” werden in het besluit gewaardeerd. 

Anno 2018 zijn er zo’n 20.000 stedenbanden in Europa waarvan 2200 tussen Frankrijk en Duitsland. Stedenbanden vormen met elkaar in feite een instituut, een los netwerk dat gelijktijdig met het ontstaan van de Europese Unie opgang heeft gemaakt. De historicus Tony Judt waarschuwt echter voor een te makkelijke interpretatie van de geschiedenis: “Het post-nationale Europa, dat van de verzorgingsstaat, coöperatief en vreedzaam, is niet geboren uit het optimistische, ambitieuze, progressieve project dat de de huidige Euro-idealisten zich voorstellen. Het was het onzekere kind van angst. Geplaagd door het spook van de geschiedenis voerden de leiders sociale hervormingen uit en richtten nieuwe instituten op als preventieve maatregelen om het verleden op afstand te houden”.[i]“Stedenbanden ontstonden uit de puinhopen van de Tweede Wereldoorlog om vervolgens te worden gevormd door de politiek en angsten van de Koude oorlog en de nasleep daarvan”.[ii]Het IJzeren Gordijn maakte het aangaan van contacten met landen uit het Oostblok lastig, zo niet onmogelijk. Het verenigd Europa bleef beperkt tot het westen.

Het idee van de stedenbanden in Europa kreeg opnieuw een impuls rond de val van de muur in 1989. De mogelijkheid van een herenigd Europa leidde tot een veelheid aan lokale initiatieven, variërend van het brengen van hulpgoederen en het organiseren van culturele uitwisselingen. Tientallen Nederlandse steden knoopten banden aan met gemeentes in het voormalig Oost Blok om het democratiseringsproces te ondersteunen en de eenheid in Europa te bevorderen. Van al die stedenbanden

Van de 20 steden in Nederland die banden hebben met bijvoorbeeld Hongarije, heeft meer dan de helft afgehaakt. Op dit moment zijn er naar schatting nog slechts 9 steden over met een band met een Hongaarse stad waarvan een aantal niet actief. Verklaringen voor de opheffing van een stedenband worden gevonden in vergrijzing binnen de organisatie of een gebrek aan financiële ondersteuning. Wat misschien ook een rol speelt is dat stedenbanden last hebben van een wat stoffig imago, ze worden niet altijd als relevant gezien.[ii] Daarnaast werd er ook wel geredeneerd dat Hongarije was toegetreden tot de EU en dat een stedenband daarom overbodig geworden zou zijn.[i]Een andere verklaring misschien is een gevoel van ongemak, over de politieke koers van Hongarije binnen de Europese Unie.



[i]Volgens een EU onderzoek is er nog geen evenwicht bereikt: “the pattern of young people’s engagement is not homogeneous throughout Europe. In some areas of the European Unionparticularly some countries in the Eastern and Baltic regions young people have not had as many experiences of global activism as their counterparts elsewhere”. ‘Situation of young people in the European Union’, Commission Staff Working Document (2018) European Commission.

[ii]Ewijk, Edith van. “Stedenbanden hebben een imagoprobleem. Mensen denken vaak aan de ontwikkelingsbanden uit de jaren ’80, waar Nederlandse gemeenten bijvoorbeeld hulp boden aan arme gemeenten in Nicaragua. Of aan plezierreisjes van gemeenteambtenaren.” (N.a.v. onderzoek: Knowledge exchange and mutual learning in Dutch-Moroccan and Dutch-Turkish municipal partnerships).(14-02-2014) OneWorld 

[i]Tony Judt Postwar: A History of Europe since 1945,New York Penguin, 2005

[ii]Nick Clarke (2010) Town Twinning in Cold-War Britain: (Dis)continuities in Twentieth-Century Municipal Internationalism, Contemporary British History, 24:2, 173-191, DOI: 10.1080/13619461003768272