One Day Europe Will be One, for Real (part 1)

“Eens Wordt Europa Werkelijk Eén” is a heading in an article by the Foundation Schiedamse Gemeenschap dated March 1, 1964. The town of Schiedam had just started to connect to other European towns.

”There is no future for the people of Europe other than in union” Jean Monnet had said. In that same spirit, exchanges were organised between Esslingen in Germany, Neath in Wales, Schiedam in Holland and Vienne in France, expanding to more towns later on.

Screenshot

Connie was 20 year old in 1970 and had started to organise youth-exchanges for the Foundation Schiedamse Gemeenschap. The participating youths were of a generation that had come to its own in the roaring sixties. However, international travel was still special for most and the Second World War was not yet forgotten, at least not with the parents of the youths.

Screenshot

Friends in a Cold Climate is an oral history project that traces the young travellers of then in a Europe that was becoming ever more united. The interviews are archived and published by DANS, the digital archive of the KNAW (Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences).

https://doi.org/10.17026/SS/MSNIUA

Razziagangers en het project Graven in de Vuurlinie

Graven in de vuurlinie onderzoekt de gebeurtenissen in het spergebied langs de Rijn in Gelderland, 1944-1945. Direct na de Slag om Arnhem moeten ruim 200.000 bewoners vertrekken. Toch is het frontgebied niet verlaten, want duizenden Nederlandse dwangarbeiders leggen hier de Panther-Stellung aan. Deze verdedigingslinie volgt de rivier van de Duitse grens tot de Grebbeberg. De mannen graven letterlijk in de vuurlinie van de geallieerden.” (onderzoekster Karin van Veen)

In dit voorbeeldig uitgevoerde onderzoek, dat is te bekijken op de website https://gridvl.org en dat verschijnt in een driedelige serie boeken, worden 4 Rotterdammers aangehaald die zijn geinterviewd voor het oral history project Reis van de Razzia.

Logees uit Vienne, Frankrijk op bezoek in Schiedam in het jaar 1972.

Jean-Francois: “Toen ik jong was, spraken we niet over Duitsland, maar over Bosch. De oorlog zat nog steeds in de gedachten van mijn grootvader en grootmoeder, omdat ze zo’n vreselijke periode, vreselijk moment hebben meegemaakt. Wat ze tijdens de laatste oorlog hebben gedaan.
Nu is alles veranderd, 70 jaar na de oorlog. Maar ik weet het altijd nog, en toen ik de eerste ruil deed in ’72 in Schiedam. Ik zat in mijn gastgezin, en in dit gastgezin zijn we twee uit twee verschillende landen, één uit Frankrijk, ikzelf, en in dezelfde kamer sliep iemand uit Duitsland. En in deze periode, natuurlijk in ’72, geen mobiele telefoon, niets. Ik belde soms naar mijn familie, naar mijn moeder, en ik zei tegen mijn moeder: “Ik zit in het gastgezin, ik ben bij Duitsers.


Ik weet het nog, ik heb gehuild. Ik heb gehuild. Ik ben 16, ik ben heel jong. Het is mijn eerste keer buiten Vienne, buiten Frankrijk. En ik zeg tegen mijn moeder: ‘Mama, kun je je voorstellen dat ik met een Duitser in hetzelfde gastgezin zit? Ze zei:’ Maar je bent in Nederland, je bent niet in Duitsland. Je kunt je voorstellen in ’72, wij zijn in ’72, en nog steeds, en het idee van mijn grootmoeder, mijn grootvader en ook mijn moeder. Je verblijft met Duitsers in een gastgezin uit Nederland? Het is heel vreemd. Ik zei dat het de keuze van de organisatie was. Toen bleek deze Duitser, die leider was van de groep van Esslingen, natuurlijk fantastisch. Wij konden het allemaal met elkaar vinden


Sinds het jaar ’72 ben ik bij veel verenigingen betrokken. Volksonderwijs, zoals Club Léo Lagrange, die ook lid is van het Twinningcomité. Het is in feite een groep verenigingen en het International Exchange Committee. Ik ben dus heel erg betrokken bij deze vereniging en ik ken veel mensen.”

Na de razzia, na de oorlog.

Schiedam knoopte betrekkingen aan met Esslingen in Duitsland en met 6 andere steden in Europa. 

Connie werkte als 20-jarige jonge vrouw bij de Stichting Schiedamse Gemeenschap en organiseerde jeugduitwisselingen tussen de steden.

“Mijn vader had in het verzet gezeten en mijn moeder werkte bij een distributiekantoor van bonnen in de oorlog en er moesten voor onderduikers altijd extra bonnen worden geregeld. Dus die waren niet heel erg pro-Duits. Wij gingen op vakantie naar Italie bijvoorbeeld maar niet via Duitsland, dan gingen we door andere landen. Maar door die uitwisselingen hadden zij toch iets van ja, dit is belangrijk: dat we nooit meer een herhaling van die situatie krijgen. Dat, laat maar komen! Dus wij hadden altijd twee gasten tegelijk, een uit het ene land en een uit het andere land. Wij dan uit het derde land, dus je had altijd die drie landen minimaal aan tafel. En dat leidde tot heel veel, ja vaak ook fanatieke gesprekken. Duitsers waren wel heel gedreven om het beter te maken en nooit meer in dezelfde fouten te vervallen zoals ze dat heel vaak noemden. En de Italianen en de Fransen waren ook allemaal erg gedreven daardoor. Maar, je moet het ook niet overdrijven want overdag in de bus naar activiteiten toe ging het natuurlijk over heel andere dingen, waren ze met elkaar bezig en er ontstonden liefdes. Er zijn ook wel mensen uit die verschillende landen met elkaar getrouwd. Dat gebeurde natuurlijk ook allemaal en dat was onderdeel van het proces van met elkaar samenleven denk ik!”

Razzia van Rotterdam & Schiedam

Lezing en theater

zondag 12 november 14.00 uur

Op 10 en 11 november 1944 vond de Razzia van Rotterdam plaats. DIG IT UP staat stil bij de herinneringen aan deze ingrijpende gebeurtenis. We doen dat door een gesprek met Erik J. de Jager, die jarenlang onderzoek deed naar de razzia en vele verhalen vastlegde. Daarna volgt de theatervoorstelling ‘Houd Moed!’ van het theatergezelschap Het Lage Licht.

Reserveringen: https://www.eventbrite.nl/e/tickets-lezing-en-theater-over-de-razzia-van-rotterdam-749603332747?aff=oddtdtcreator

Website DigItUp: https://digitup.nlhttps://digitup.nl/

Een reis van Esslingen naar Schiedam

We hebben geprobeerd de jongeren die met mij meereisden naar Nederland, naar Neath, naar Udine te laten weten wat we daar zijn, namelijk ambassadeurs. Ambassadeurs van Duitsland in het buitenland onder mensen die ons met nieuwsgierige ogen aankijken.

En ik dacht dat ik de jongeren goed had voorbereid en stapte toen in Nederland uit de trein naar Schiedam en was zeer verrast toen een man met een microfoon naar mij toe rende en mij vroeg, hij herkende dat ik het hoofd van de kring was, en hij vroeg wat ik voelde als Duitser in een land dat Duitsland was binnengevallen.



En ik wilde met goede moed en het goede voorbeeld leiding geven, maar de vraag verraste me totaal omdat ik me geen schuldige Duitser voelde. Ik was toen net twintig jaar oud en wist niets van de oorlog. Ik ben geboren in 1944, dus ik wist dat Duitsland hier zwaar verantwoordelijk voor was en Polen, Nederland en andere landen was binnengevallen. Maar ik voelde mij er persoonlijk niet verantwoordelijk voor.
Maar ik zei: daarom komen we naar Nederland, om te laten zien dat de jongere generatie niet de generatie is die Nederland is binnengevallen, die de andere landen is binnengevallen. De verslaggever was daar enigszins tevreden mee.


Maar voor mij was het een belangrijke ontmoeting omdat ik merkte dat het niet zo makkelijk was om als Duitser naar het buitenland te gaan en toen begreep ik niet dat veel van mijn andere leeftijdsgenoten niets wilden weten over de oorlog en toen was ik er al achter. Achteraf ben ik iets minder verbaasd dat mijn geschiedenisleraren op de middelbare school geschiedenislessen gaven tot aan de Eerste Wereldoorlog en toen was het schooljaar voorbij en kwamen we meestal niet verder.

Richard uit Esslingen

Friends in a Cold Climate: over de positie van Duitsland in Europa

“Ik herinner me enkele discussies met mijn Franse vrienden toen Duitsland verenigd wilde worden. terwijl ik met ze sprak, voelde ik dat er iets was. Er was iets waar ze over wilden praten, maar waar ze niet over konden praten.” Jutta studeerde Civiel Bestuur in Stuttgart. Ze werkte in Esslingen als leidinggevende aan het bureau voor internationale relaties.

“Mijn werk was voornamelijk met zustersteden, Esslingen heeft een zeer goede traditie op het gebied van stedenbanden. En ik werkte ook met Europese programma’s, stichtingen etc. Ik werkte rechtstreeks voor de burgemeester, geen andere chef boven mij dus dat was heel goed omdat ik maar met één persoon hoefde te overleggen.“

“De vrienden vroegen: hoe denk je over dat grote Duitsland, Oost- en West-Duitsland samen. Hoe denk je erover, zeg ik, oh ja, het is oké. Voor mij is het oké. Dit zijn Duitsers en we willen samen zijn “En we zijn erg blij dat de muur is gevallen. Jean-Francois zei, ik begrijp het, maar begrijp je, daar zijn we een beetje ongerust over. Ik kon niet begrijpen waarvoor hij bang was. Waarom?” Hij zei omdat hij dacht dat het niet zo goed is dat Duitsland heel zou zijn, samen zou komen. Ik vroeg: denk je na over wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd? Ja, zei hij, ik denk dat Duitsland niet zo groot moet zijn als het was. Het was moeilijk, moeilijk voor mij om te begrijpen en we hebben daar veel over gesproken en ik weet niet waarom ze zich zorgen maakten. Dit kon ik niet geloven.”


An Honarable Membership

Stane lived in Velenje, Slovenia, and hitchhiked in Europe since he was 17 years old. Due to his extensive travel experience he was asked to become a group leader for a Yugoslavian youth exchange organisation. Velenje had been a town twinning member of a circle of towns since 1970.


Whenever I wanted some sources like getting buses or getting money for lunches and things like that, I always had to go to the committee chief. He wanted to know details and he was trying to persuade me that we should do more political. Yes, I did it once. When the group from Schiedam was in Velenje in ’77. They were invited to the town hall. And I said to this politkomisar, I said, “Let’s do a special thing. Give these kids an Honorable Membership Cards for the Socialist Youth Union. He was proud that, and later on, he was speaking about that, that we have now new members of the Yugoslav Socialist Union from outside the country. It was fun for me. It was the biggest fun for the Dutchmen. Otherwise, no, as I said, I never accepted that politics would interfere with youth exchanges.”

Schiedam, een partnersteden conferentie in 1980

“Die partnersteden conferenties die dan gehouden werden, met die burgemeesters, dat moest allemaal simultaan vertaald worden! Want de voertaal was niet Engels, dat was een punt van Esslingen met name, die vertikten het om Engels te spreken. Dus je moest 4, 5 talen simultaan tolken. Dan moest ik een bureau vinden en dat waren ook heel vaak tolken die bij de Europese Gemeenschap in Brussel tolk waren. Voor al die landen die simultaan vertaald moesten worden, die kregen wij dus ook. Dus dan moest ik van die hokjes laten maken. En dat was maar een paar uurtjes want dat was maar een gedeelte van de dag! De rest konden ze gewoon met Engels, maar ja, officieel wilde Esslingen dan niet… Dat voelde de burgemeester zich niet zeker van. Kijk, onze die sprak vloeiend Engels. Maar ja, dat sprak die van Duitsland ook wel, van Esslingen maar dat wilde hij niet in een officiële bijeenkomst.” 

Jan Brouwer, gepensioneerd gemeenteambtenaar Schiedam

1970, een afvaardiging uit Velenje (voormalig Joegoslavie) op bezoek in Esslingen.

Esslingen. Deelnemers (nog) onbekend.

In 1970 nam de stad Velenje uit voormalig Joegoslavië deel aan een jongerenuitwisseling. Vanaf dat moment maakte Velenje deel uit van een kleine kring van steden uit heel Europa die met elkaar verbonden waren. Connie, een organisator uit Schiedam, een stad die daar ook deel van uitmaakte: “Dat vond iedereen bijzonder. Kijk naar Zweden en Engeland en Duitsland en Frankrijk: je vond het leuk om elkaar te ontmoeten maar dat was niet ongebruikelijk. Maar een groep van achter de IJzeren Gordijn, dat was natuurlijk wel wat. Die mensen uit Velenje, die deelnemers hadden het gevoel: we zijn nu in Esslingen en in Schiedam, wij Joegoslaven zijn vrij omdat we dit nu mogen. Maar er waren zoveel beperkingen die daar toegepast waren waarvan we net dachten, wat gebeurt hier?”