In memoriam: Henk Hofland

 

Interview met henk Hofland voor Reis van de Razzia
Interview met henk Hofland voor Reis van de Razzia

Hendrik Johannes Adrianus (Henk) Hofland (Rotterdam 20 juli 1927 -21 juni 2016 was een Nederlandse journalist, columnist, essayist, romancier en schrijver. Hij ontving de P.C. Hooft 2011 en werd in 1999 door zijn collega’s uitgeroepen tot dé Nederlandse journalist van de twintigste eeuw. (Wikipedia)

Henk Hofland had ook zitting in het Comite van Aanbeveling van Stichting Reis van de Razzia. Hij ontsnapte ternauwerdood aan de razzia van Rotterdam in november 1944. In een gefilmd interview schetst Hofland onder andere de jaren van wederopbouw en verzet tegen de heersende machthebbers. Het volledig interview is hier te zien: INTERVIEW HENK HOFLAND.

Uit dit interview volgt hieronder een tekstfragment.

‘De omgeving maakt de mensen natuurlijk ook hè, je maakt niet jezelf en ik heb het gevoel dat ik nadat de school gesloten was beter tot mijn recht ben gekomen. Een vrije jongen. Alles doen wat God verboden heeft. En Jezus ja, wat, ik heb mij geen seconde verveeld in de Hongerwinter! Er was geen gezag meer. Het gezag was absoluut verdwenen. Het schoolgezag was verdwenen. Mijn ouders heb ik altijd wel respect voor gehad. Maar gezag is iets anders. En mijn vader was niet iemand die mij commandeerde, het was geen strenge man of zo. En mijn moeder ook geen strenge vrouw. Dus ik heb altijd mijn gang kunnen gaan en dat heeft mij zeer bevallen! Ik heb wat dat betreft in de Hongerwinter de afsluiting van een zeer gelukkige jeugd gehad.’

‘De mensen die probeerden mij te commanderen, die schreeuwen tegen een muur. Dat is mij absoluut vreemd. De commando’s die ik van mijn eerste hoofdredacteur kreeg, bijvoorbeeld: “meneer Hofland”, ik krijg telefoon van iemand uit Den Haag en “ik zou het op hoge prijs stellen als u die te woord stond”. Goed, dus daar komt inderdaad telefoon uit Den Haag, “ja, met Pietersen, kan ik met u praten?”. “Ja, zeker, natuurlijk”. We gaan naar de (…) en daar drinken we een kopje koffie en die Pietersen, die ontpopt zich als een lid van de BVD, de voorloper van de CIA en NSA, hoe vind je dat? “Wij vinden een zeker iemand een verdacht persoon en wij zouden het op hoge prijs stellen als u af en toe een rapport over hem indiende, bij ons, en daarvoor kunt u een ruime declaratie indienen”. Nou, ik zei “meneer Pietersen, u bent aan het verkeerde adres, even goede vrienden, maar de groeten”. Later hoorde ik dat er journalisten zijn geweest die op de betaallijst van de BVD stonden en de BVD schoof flink , hoe vind je het? Allerlei dingen waarvan men zegt “je moet” dan denk ik “bekijk het, dat doe ik niet!”.

De oprichting van het Bazenbondje

Scan 4

De vereniging ‘Ons Belang’, ook wel bekend als het Bazenbondje, werd opgericht in 1905 met de doelstelling om ‘haar leden bij eventueele ziekten, of bij geheele of gedeeltelijke verminking, waardoor zij ongeschikt zijn om hun werkzaamheden te verrichten, een geldelijke uitkering te geven.’ Hoewel er in hetzelfde jaar al geluiden op gingen in de Tweede Kamer om werknemers en kleine ondernemers tegen invaliditeit en ouderdom te verzekeren, waren de ondernemers niet tevreden met de oplossingen die vanuit de rijksoverheid werd geboden:

[G]evoeld dat wij veel achter stonden bij hun die wekelijks hun verdiende loon ontvangen, wij die in geen Rijksverzekering bank zijn opgenomen, wij die bij een ongeval van niet als te erge aard geen vergoeding kunnen krijgen, wij die niet aan zoo’n zware controle bloot gesteld kunnen worden, als Doctersbewijs, ziekenbriefje van loopuren en zoo voort, gevoelde behoefte in ’t oprichten van een vereeniging in “ons belang”, Zoo als dan ook bij de oprichten de vereeniging werd genoemd.

Terwijl de oprichting van het Bazenbondje vanuit de deelnemende ondernemers werd gezien als een noodzaak, verliep de oprichting niet gemakkelijk. Er waren ‘personen die beangst waren dat zij wanneer ze zich als lid aansloten benadeeld zoude worden in het uitoefenen van hun bedrijf.’ Ook blijkt de weerstand vanuit de Nieuwendamse gemeenschap, waar de vereniging als scheldnaam de naam ‘het kleine bazen vonds’ kreeg. Ondanks de weerstand wisten de initiatiefnemers toch al snel een vereniging op te bouwen, met een zeskoppig bestuur, een bode die wekelijks de contributie incasseerde en vier ledenvergadering per jaar waar de belangrijkste zaken aan de orde kwamen.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’)