De jaren van de Verzorgingsstaat (3)

Meerpad te Nieuwendam. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Meerpad te Nieuwendam, 1965. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het functioneren van de vereniging na de Wederopbouw.

Nadat het duidelijk is geworden hoe de vereniging functioneert in tijden waar de doelstelling een maatschappelijke noodzaak is, in de jaren van 1905 tot 1940, zal in het tweede deel een sprong worden gemaakt naar het jaar 1966. De reden hiervoor is dat er in de oorlogsjaren nauwelijks vergaderingen zijn door de Duitse bezetting en er in de eerste jaren na de oorlog weinig verandert in de formele uitvoering van de vereniging. Het jaar 1966 is echter niet geheel willekeurig, aangezien de notulen die gemaakt zijn tussen 1950 en 1966 ontbreken. In deze periode, waar de welvaartsstaat al een duidelijke rol speelt binnen de maatschappij, probeert het Bazenbondje mee te gaan met de veranderende tijden en lijkt de oorspronkelijke doelstelling een minder grote rol te spelen. Toch wordt er aan de regelementen niet getornd en het Bazenbondje probeert een rol in de Nieuwendamse ondernemersgemeenschap te blijven vervullen. Hoe wist het Bazenbondje deze periode te overleven? Wat is de rol van het erfgoed en de cultuur van het Bazenbondje? Deze tweede periode eindigt in 1984, waarbij de opheffing van het Bazenbondje wordt besproken en er gesproken wordt over de functie van het Bazenbondje in de toekomst.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’ door Joost Vinke)

Oprichting van het Bazenbondje (2)

Terwijl de oprichting van het Bazenbondje vanuit de deelnemende ondernemers werd gezien als een noodzaak, verliep de oprichting niet gemakkelijk. Er waren ‘personen die beangst waren dat zij wanneer ze zich als lid aansloten benadeeld zoude worden in het uitoefenen van hun bedrijf.’ Ook blijkt de weerstand vanuit de Nieuwendamse gemeenschap, waar de vereniging als scheldnaam de naam ‘het kleine bazen vonds’ kreeg. Ondanks de weerstand wisten de initiatiefnemers toch al snel een vereniging op te bouwen, met een zeskoppig bestuur, een bode die wekelijks de contributie incasseerde en vier ledenvergadering per jaar waar de belangrijkste zaken aan de orde kwamen.

De manier waarop het Bazenbondje zich organiseert komt overeen met het principe van instituties voor collectieve actie, ook wel bekend als burgercollectieven, waarbij samenwerking en zelfregulering het uitgangspunt zijn voor de dagelijkse praktijk en burgers heft in eigen handen nemen om lokale problemen aan te pakken. Dergelijke instituties zijn op diverse plekken in Nederland te vinden, maar ook op andere plekken in Europa. De motivatie tot het oprichten van een samenwerkingsverband in een coöperatieve vorm kan verschillende redenen hebben, zo zijn er instituties voor collectieve actie bekend op het gebied van energie, zorg, voeding, verzekering en infrastructuur. Het uitgangspunt is echter dat er een samenwerkingsverband wordt gecreëerd met een specifiek economisch, ecologisch of maatschappelijk doel voor ogen. De reden tot het oprichten van het Bazenbondje was ‘het oprichten van een ziekenvereniging in hoofdzaak voor eigenwerkers en kleine bazen, met het doel om voor een lage contributie een vlinke uitkeering te doen plaats hebben bij voorkomende ziektes of ongelukken.’ Het Bazenbondje past dan ook precies binnen de theorie over burgercollectieven.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’ door Joost Vinke)

De oprichting van het Bazenbondje

Scan 4

De vereniging ‘Ons Belang’, ook wel bekend als het Bazenbondje, werd opgericht in 1905 met de doelstelling om ‘haar leden bij eventueele ziekten, of bij geheele of gedeeltelijke verminking, waardoor zij ongeschikt zijn om hun werkzaamheden te verrichten, een geldelijke uitkering te geven.’ Hoewel er in hetzelfde jaar al geluiden op gingen in de Tweede Kamer om werknemers en kleine ondernemers tegen invaliditeit en ouderdom te verzekeren, waren de ondernemers niet tevreden met de oplossingen die vanuit de rijksoverheid werd geboden:

[G]evoeld dat wij veel achter stonden bij hun die wekelijks hun verdiende loon ontvangen, wij die in geen Rijksverzekering bank zijn opgenomen, wij die bij een ongeval van niet als te erge aard geen vergoeding kunnen krijgen, wij die niet aan zoo’n zware controle bloot gesteld kunnen worden, als Doctersbewijs, ziekenbriefje van loopuren en zoo voort, gevoelde behoefte in ’t oprichten van een vereeniging in “ons belang”, Zoo als dan ook bij de oprichten de vereeniging werd genoemd.

Terwijl de oprichting van het Bazenbondje vanuit de deelnemende ondernemers werd gezien als een noodzaak, verliep de oprichting niet gemakkelijk. Er waren ‘personen die beangst waren dat zij wanneer ze zich als lid aansloten benadeeld zoude worden in het uitoefenen van hun bedrijf.’ Ook blijkt de weerstand vanuit de Nieuwendamse gemeenschap, waar de vereniging als scheldnaam de naam ‘het kleine bazen vonds’ kreeg. Ondanks de weerstand wisten de initiatiefnemers toch al snel een vereniging op te bouwen, met een zeskoppig bestuur, een bode die wekelijks de contributie incasseerde en vier ledenvergadering per jaar waar de belangrijkste zaken aan de orde kwamen.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’)

Het begrip Bazenbondje

De term Bazenbondje had niet altijd een positieve betekenis. De krant de ARBEID, het ‘Weekblad van het Nederlandsche Arbeidsfront’, had er een mening over. Het blad werd gedrukt in 1942 en De tekst ‘Waarachtig socialisme betekent niet allen hetzelfde maar ieder het zijne‘, doet vermoeden dat de Duitse bezetter de spreekbuis was.

Screen Shot 2016-06-01 at 14.06.21

Screen Shot 2016-06-01 at 14.06.45

krant 21.18.55

Student studeert af op het Bazenbondje

Joost Vinke, een masters student aan de Universiteit van Utrecht doet onderzoek naar het erfgoed van het Bazenbondje. Op dit moment bestudeert hij de notulen en brengt hij gebeurtenissen in kaart vanaf het jaar 1905 tot nu. Joost doet een studie Politiek en Maatschappij in Historisch Perspectief. Zijn onderzoek is in de vorm van een stage die hij bij Stichting Reis van de Razzia uitvoert onder begeleiding van Erik de Jager.