Considering the DRAFT Decision of the Evaluation Body

Genossenschaften have been put on the list Intangible Cultural Heritage of Humanity despite the negative advice of the Unesco Evaluation Body. Below the reasoning for accepting the nomination.

Decision of the Intergovernmental Committee: 11.COM 10.B.14

The Committee

  • Takes note that Germany has nominated Idea and practice of organizing shared interests in cooperatives (No. 01200) for inscription on the Representative List of the Intangible Cultural Heritage of Humanity:

A cooperative is an association of volunteers that provides services of a social, cultural or economic nature to members of the community to help improve living standards, overcome shared challenges and promote positive change. Based on the subsidiarity principle that puts personal responsibility above state action, cooperatives allow for community building through shared interests and values creating innovative solutions to societal problems, from generating employment and assisting seniors to urban revitalization and renewable energy projects. Anyone can participate, with members also able to acquire shares in the association and have a say in its future direction. The system makes available low-interest loans to farmers, craftspeople and entrepreneurs. Today, about a quarter of Germany’s population are members of a cooperative, which besides farmers and craftspeople, includes 90 per cent of its bakers and butchers and 75 per cent of its retailers. Some cooperatives have also been set up specifically for students to gain experience. Associated knowledge and skills are transmitted by cooperatives, universities, the German Cooperative and Raiffeisen Confederation, the Akademie Deutscher Genossenschaften, the German Hermann-Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society.

  • Decides that, from the information included in the file, the nomination satisfies the following criteria:

R.1:   The idea and practice of pursuing shared interests in cooperatives has been handed down in Germany from generation to generation and constitutes intangible cultural heritage as defined in Article 2 of the Convention. While collaboration through cooperatives is a worldwide phenomenon, specific characteristics of the community in Germany have been highlighted in the nomination. Mutual respect, equality and solidarity between the bearers are guaranteed by law, resulting from the initiative of the community. Social and cultural purposes are prominent among the shared interests pursued through cooperatives. Throughout Germany, two large associations of volunteers jointly promote the transmission of knowledge and the social practice. All practitioners of the element identify with this community in social, cultural and economic terms;

R.2:   The element’s inscription will contribute to ensuring visibility and awareness of intangible cultural heritage because the large number of bearers and practitioners in Germany will act as multipliers in various domains of daily life like education and culture, house building and renting, agriculture, skilled crafts, transport, credit system etc. Due to its effectiveness in satisfying existential needs, the element clearly shows the part played by intangible cultural heritage in ensuring social cohesion and sustainable development. Inscription will also encourage dialogue among communities with similar cooperative organizations, and the promotion of certain values, such as solidarity;

R.3:   The viability of the element is being ensured by initiatives carried out by the German Hermann-Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society, with the support of the submitting State. New safeguarding measures are proposed such as public relations campaigns, competitions, work in schools on the topic of cooperatives, and a cross-border thematic cultural hiking trail. The file recognizes that the element could be decontextualized by legal frameworks that undermine its basic principles and that ongoing negotiations in this respect are necessary. German development cooperation promotes the element in other countries as a response to societal challenges only if and where local partners express such a need and in strict compliance with national laws and regulations of the countries concerned;

R.4:  The file was prepared with the cooperation of representatives of the German Hermann‑Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society. The file presents letters expressing the free, prior and informed consent of these two representative institutions. The broad-based consultation with the variety of stakeholders of the element has been carried out in an extensive participatory process of national inventorying (2013). Support for the element’s nomination for inscription on the Representative List of the Intangible Cultural Heritage of Humanity was confirmed via the public media and through internal communication processes within the cooperatives;

R.5:   The file presents a relevant extract of inscription of the element on the German Inventory of Intangible Cultural Heritage in 2014. Traditional bearers, communities and non-governmental organizations were involved in the inscription process. The inventory is organized, maintained and updated by the German National Commission for UNESCO.

  • Inscribes Idea and practice of organizing shared interests in cooperatives on the Representative List of the Intangible Cultural Heritage of Humanity;

Thanks the delegation of Germany for the clarifications provided to the Committee on the information included in the file concerning criteria R.1, R.2, R.3 and R.4.

‘Commons’ en Sharing Economy

In het kader van Europese wetgeving gericht op transparantie komt er meer druk op de kleine coöperatieve verenigingen komt te staan. Ook de grote zorginstellingen stellen contractuele eisen waar kleinere coöperaties moeilijk moeilijk aan kunnen voldoen. (Bron: Researchgroep Institutions for Collective Action, Universiteit van Utrecht).

Kleinere coöperaties in Nederland krijgen steeds moeilijker en worden incidenteel zelfs opgeheven. Voor instituten die zich oorspronkelijk op eigen kracht hebben moeten oprichten is deze bemoeienis moeilijk te verteren, zeker als hij eerder beperkend is dan stimulerend. Een nieuwe waardering van het coöperatief erfgoed kan een goede stimulans zijn voor een sfeer van openheid waardoor er gezamenlijk kan worden gezocht naar antwoorden. Er zal ook overeenstemming moeten zijn over wat de coöperatieve gedachte inhoudt. Er is een plethora aan nieuwe initiatieven die misverstanden in de hand werken. Zo’n misverstand is dat ‘the sharing economy’ een vorm van ‘commons’ is en daarmee een soort cooperatie kan zijn.

Afbeelding: Meridian 180 forum "Sharing Economy"
Afbeelding: Meridian 180 forum “Sharing Economy”

Brian Van Slyke en David Morgan stellen op hun website “Grassroots Economic Organizing’ dat: ‘Sinds de recessie zijn er meer en meer mensen op zoek naar economische alternatieven. Men zoekt naar mutuele oplossingen in plaats van de “het is ieder voor zich” filosofie. In de kern is de ‘sharing economy’ echter een regeling om de risico’s van bedrijven te verschuiven naar individuen met de bedoeling om enorme winsten op te strijken met lage vaste kosten’. Deze ‘sharing economy’ bedrijven behoren tot de oude extractieve economie maar werken onder de vlag van de nieuwe generatieve economie. Ze doen zich voor als commons, als coöperatieve bedrijven en instituten maar zijn het niet. Deze verwarring van definities wordt onderschreven door prof. Tine de Moor van de Universiteit van Utrecht. Zij pleit voor een helder onderscheid waardoor de kwaliteiten van de coöperatieve beweging in onze veranderende verzorgingsstaat tot hun recht kunnen komen.

1844 - Rochdale Pioneers Society established
Afbeelding (www.co-operative.coop): 1844 – Rochdale Pioneers Society established

De coöperatieve beginselen zijn wezenlijk verschillend van veel bedrijven die zich groeperen onder de sharing economy. De definitie van een coöperatie -volgens Rochdale- is dat heteen autonome vereniging is van personen die zich vrijwillig hebben verenigd om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften te versterken door middel van gezamenlijk eigendom binnen een democratisch gecontroleerde onderneming of instituut, gereguleerd door met elkaar overeengekomen beginselen. Het gaat niet om de rechtsvorm coöperatie, als aan de beginselen tegemoet wordt gekomen, als aan de beginselen wordt beantwoord is er sprake van een coöperatie.

bbondje_rood_achterland_basisHet onderzoek ‘Kroniek van een Bazenbondje’ dat word uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia is medio september 2016 beschikbaar . Uit het verslag wordt verder duidelijk waar de traditie uit bestaat, hoe hij geworteld is in de samenleving en wat de historische verbanden en achtergronden zijn. (Dit is het fragment van een tekst uit de aanvraag om de coöperatieve beweging te plaatsen op de lijst van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland)