De Coöperatieve Beweging op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed

De verenigingen Ons Belang (1905) en Gedenkt te Sterven (1828) hebben een aanvraag ingediend om de Coöperatieve Beweging op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed geplaatst te krijgen. De aanvraag wordt ondersteund door het Nationaal Cooperatie Museum en wordt onderbouwd door het researchproject Kroniek van een Bazenbondje dat met medewerking van de researchgroep ‘Institutions for Collective Action’ van de Universiteit van Utrecht tot stand is gekomen. De toetsingscommisie buigt zich in november over de aanvraag, de datum is nog niet bekend. Deze Nederlandse aanvraag loopt parallel aan die van de Duitse Friedrich Wilhelm Raiffaisen en het Hermann Schultze-Delitzsch Gesellschaften, die een voordracht hebben gedaan om de Genossenschaften op de Werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen.

 

De ontwikkeling van vereniging ‘Ons Belang’ vanaf 2005

Hoewel in 1984 een beslissing werd genomen over het voortbestaan van de vereniging werd er niet besloten hoe dit de vereniging eruit moet komen te zien. Er wordt nog wel rekening gehouden met eventuele uitkeringen, maar deze worden nauwelijks nog aangevraagd.

dominoNu we door het eerste deel van dit onderzoek weten hoe de vereniging tot stand is gekomen en door het tweede deel hoe de vereniging omging met de veranderende tijden, is het nu tijd om te kijken naar de huidige staat van het Bazenbondje. In het jaar 2005 bestond het Bazenbondje 100 jaar en kwam het begrip participatiesamenleving steeds meer in zwang. Hoewel het begrip al werd gebruikt door Wim Kok tijdens een PvdA-congres in 1991, is de term pas de afgelopen jaren bij het grote publiek bekend geraakt. Binnen een participatiesamenleving krijgt de burger meer verantwoordelijkheid en wordt geacht zelf vorm te geven aan zijn toekomst en bij te dragen in de samenleving. In 2005 werd in de Tweede Kamer betoogd dat burgerparticipatie mogelijk moet worden gemaakt en moet worden bevorderd.[1] Het jaartal 2005 als startpunt van dit deel van het onderzoek is dan ook niet toevallig gekozen, het Bazenbondje arriveert in een nieuw economisch-maatschappelijk tijdperk. De kredietcrisis van 2007 maakt vervolgens duidelijk dat er geen weg terug is.

[1] Maria Vreugdenhil, Nederland Participatieland? De ambitie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken (Amsterdam 2012) 13

De coöperatieve bank als functioneel erfgoed

Posters in Merano in Italie vertellen waar de Raifeissenbank vandaan komt. De volledige campagne suggereert dat er toekomst zit in het oorspronkelijke idee, wat bijzonder is i2016-08-28-PHOTO-00000011n een tijd waarin coöperatieve banken onder druk staan om steeds meer corporate te gaan functioneren.

Duitsland heeft in 2015 de Genossenschaften voorgedragen voor de Werelderfgoedlijst van Unesco. Stichting Reis van de Razzia heeft de Nederlandse coöperatieve praktijk voorgedragen voor de Nederlandse inventaris Immaterieel Erfgoed. De aanvraag wordt ondersteund door het Nationale Coöperatie Museum in Schiedam. De beslissing om de Duitse aanvraag te honoreren valt in november 2016.

Postercampagne in Merano, Italie
Postercampagne in Merano, Italie. augustus 2016

 

De jaren van de Verzorgingsstaat (3)

Meerpad te Nieuwendam. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Meerpad te Nieuwendam, 1965. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Het functioneren van de vereniging na de Wederopbouw.

Nadat het duidelijk is geworden hoe de vereniging functioneert in tijden waar de doelstelling een maatschappelijke noodzaak is, in de jaren van 1905 tot 1940, zal in het tweede deel een sprong worden gemaakt naar het jaar 1966. De reden hiervoor is dat er in de oorlogsjaren nauwelijks vergaderingen zijn door de Duitse bezetting en er in de eerste jaren na de oorlog weinig verandert in de formele uitvoering van de vereniging. Het jaar 1966 is echter niet geheel willekeurig, aangezien de notulen die gemaakt zijn tussen 1950 en 1966 ontbreken. In deze periode, waar de welvaartsstaat al een duidelijke rol speelt binnen de maatschappij, probeert het Bazenbondje mee te gaan met de veranderende tijden en lijkt de oorspronkelijke doelstelling een minder grote rol te spelen. Toch wordt er aan de regelementen niet getornd en het Bazenbondje probeert een rol in de Nieuwendamse ondernemersgemeenschap te blijven vervullen. Hoe wist het Bazenbondje deze periode te overleven? Wat is de rol van het erfgoed en de cultuur van het Bazenbondje? Deze tweede periode eindigt in 1984, waarbij de opheffing van het Bazenbondje wordt besproken en er gesproken wordt over de functie van het Bazenbondje in de toekomst.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’ door Joost Vinke)

Challenge for Change, social media uit de jaren 70

Kroniek van een Bazenbondje is een onderzoeksproject waarbij gebruik wordt gemaakt van de historische methode ‘Challenge for Change’.

image_15_cfc_logoChallenge for Change was een film en video prgramma dat is gecreerd  door de National Film Board of Canada (NFB). Het drijvende idee achter het programma was de overtuiging dat film en video effectieve instrumenten waren om sociale verandering binnen Canadese gemeenschappen te faciliteren. Feedback op de films was essentieel om tot een ‘community loop’ te komen, een manier image0053waabij de participanten invloed uit konden oefenen op het proces en daarmee op het lopend gesprek. Een belangrijk project binnen het programma was het ‘Fogo process’ dat werd opgezet door Memorial University of Newfoundland.

Op de website www.vimeo.com/channels/bazenbondje zijn een aantal fragmenten van interviews en reportages te zien die gaan over ondernemerschap, de doelstelling van de vereniging, arbeidsongeschiktheid en over de geschiedenis van Nieuwendam. De website facilitaire het gesprek over het erfgoed en het nut daarvan voor de coöperatieve vereniging Ons Belang, oftewel het Bazenbondje.

‘Erfgoed is geen gegeven maar een constructie. Het is het resultaat van het opplakken van een etiket. Maar dat is niet genoeg. Erfgoed is alleen erfgoed als anderen het als zodanig herkennen, bevestigen en bediscussiëren, en dat laatste moet niet over het hoofd worden gezien. Het is het voorlopig resultaat van een gecompliceerd proces van onderhandelen, waarderen en selectie, waarbij machtsverhoudingen een rol spelen naast vele andere factoren,waaronder en aantal bijzonder praktisch zijn’. (Uit de inaugurale rede van Prof. Dr. Hester C. Dibbits aan het Center for Historical Culture (ESHCC) of Erasmus University Rotterdam on 16 October 2015).

Kroniek van een Bazenbondje maakt deel uit van het hierboven beschreven proces door het toepassen van een Challenge for Change werkwijze. De oorspronkelijke filmopnames bestaande uit interviews en reportages zullen in hun volledigheid worden gearchiveerd in DANS, het digitale archief van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen KNAW. Een verslag van de resultaten van het proces worden hier bijgevoegd evenals de doorzoekbare transcripties en de resultaten van historisch onderzoek. Dit historisch onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia in samenwerking met de Universiteit van Utrecht.

Screen Shot 2016-06-06 at 15.59.26

 

‘Commons’ en Sharing Economy

In het kader van Europese wetgeving gericht op transparantie komt er meer druk op de kleine coöperatieve verenigingen komt te staan. Ook de grote zorginstellingen stellen contractuele eisen waar kleinere coöperaties moeilijk moeilijk aan kunnen voldoen. (Bron: Researchgroep Institutions for Collective Action, Universiteit van Utrecht).

Kleinere coöperaties in Nederland krijgen steeds moeilijker en worden incidenteel zelfs opgeheven. Voor instituten die zich oorspronkelijk op eigen kracht hebben moeten oprichten is deze bemoeienis moeilijk te verteren, zeker als hij eerder beperkend is dan stimulerend. Een nieuwe waardering van het coöperatief erfgoed kan een goede stimulans zijn voor een sfeer van openheid waardoor er gezamenlijk kan worden gezocht naar antwoorden. Er zal ook overeenstemming moeten zijn over wat de coöperatieve gedachte inhoudt. Er is een plethora aan nieuwe initiatieven die misverstanden in de hand werken. Zo’n misverstand is dat ‘the sharing economy’ een vorm van ‘commons’ is en daarmee een soort cooperatie kan zijn.

Afbeelding: Meridian 180 forum "Sharing Economy"
Afbeelding: Meridian 180 forum “Sharing Economy”

Brian Van Slyke en David Morgan stellen op hun website “Grassroots Economic Organizing’ dat: ‘Sinds de recessie zijn er meer en meer mensen op zoek naar economische alternatieven. Men zoekt naar mutuele oplossingen in plaats van de “het is ieder voor zich” filosofie. In de kern is de ‘sharing economy’ echter een regeling om de risico’s van bedrijven te verschuiven naar individuen met de bedoeling om enorme winsten op te strijken met lage vaste kosten’. Deze ‘sharing economy’ bedrijven behoren tot de oude extractieve economie maar werken onder de vlag van de nieuwe generatieve economie. Ze doen zich voor als commons, als coöperatieve bedrijven en instituten maar zijn het niet. Deze verwarring van definities wordt onderschreven door prof. Tine de Moor van de Universiteit van Utrecht. Zij pleit voor een helder onderscheid waardoor de kwaliteiten van de coöperatieve beweging in onze veranderende verzorgingsstaat tot hun recht kunnen komen.

1844 - Rochdale Pioneers Society established
Afbeelding (www.co-operative.coop): 1844 – Rochdale Pioneers Society established

De coöperatieve beginselen zijn wezenlijk verschillend van veel bedrijven die zich groeperen onder de sharing economy. De definitie van een coöperatie -volgens Rochdale- is dat heteen autonome vereniging is van personen die zich vrijwillig hebben verenigd om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften te versterken door middel van gezamenlijk eigendom binnen een democratisch gecontroleerde onderneming of instituut, gereguleerd door met elkaar overeengekomen beginselen. Het gaat niet om de rechtsvorm coöperatie, als aan de beginselen tegemoet wordt gekomen, als aan de beginselen wordt beantwoord is er sprake van een coöperatie.

bbondje_rood_achterland_basisHet onderzoek ‘Kroniek van een Bazenbondje’ dat word uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia is medio september 2016 beschikbaar . Uit het verslag wordt verder duidelijk waar de traditie uit bestaat, hoe hij geworteld is in de samenleving en wat de historische verbanden en achtergronden zijn. (Dit is het fragment van een tekst uit de aanvraag om de coöperatieve beweging te plaatsen op de lijst van de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed Koninkrijk Nederland)

Boodschap van een wijze kabouter

foto: achterkant boek :Boodschap van een Wijze Kabouter'
foto: achterkant boek ‘Boodschap van een Wijze Kabouter’

Dit is de de titel van een boek van Roel van Duijn die in 1969 een beschouwing schreef over: ‘Het filosofische en politieke werk van Peter Kropotkin in verband met de huidige keuze tussen catastrofe en kabouterstad’.

Roel van Duijn: ‘De staat ontnam de gilden hun rechten en zelfstandigheid, tevens schafte het ’t gemeenschappelijk grondbezit af. Met het toenemen van de verplichtingen van de burger tegenover de staat verminderden hun onderlinge verplichtingen en wederzijdse hulp’.

In 1969, in een periode dat de verzorgingsstaat op de rails stond, was deze constatering niet erg mainstream. En anno 2016 keert het tij en wordt, ingegeven door bezuinigingen, de zelfredzaamheid van de burger op weer op waarde geschat en aangemoedigd. En Broodfondsen moeten het gat vullen dat de staat heeft laten ontstaan.

 

Oprichting van het Bazenbondje (2)

Terwijl de oprichting van het Bazenbondje vanuit de deelnemende ondernemers werd gezien als een noodzaak, verliep de oprichting niet gemakkelijk. Er waren ‘personen die beangst waren dat zij wanneer ze zich als lid aansloten benadeeld zoude worden in het uitoefenen van hun bedrijf.’ Ook blijkt de weerstand vanuit de Nieuwendamse gemeenschap, waar de vereniging als scheldnaam de naam ‘het kleine bazen vonds’ kreeg. Ondanks de weerstand wisten de initiatiefnemers toch al snel een vereniging op te bouwen, met een zeskoppig bestuur, een bode die wekelijks de contributie incasseerde en vier ledenvergadering per jaar waar de belangrijkste zaken aan de orde kwamen.

De manier waarop het Bazenbondje zich organiseert komt overeen met het principe van instituties voor collectieve actie, ook wel bekend als burgercollectieven, waarbij samenwerking en zelfregulering het uitgangspunt zijn voor de dagelijkse praktijk en burgers heft in eigen handen nemen om lokale problemen aan te pakken. Dergelijke instituties zijn op diverse plekken in Nederland te vinden, maar ook op andere plekken in Europa. De motivatie tot het oprichten van een samenwerkingsverband in een coöperatieve vorm kan verschillende redenen hebben, zo zijn er instituties voor collectieve actie bekend op het gebied van energie, zorg, voeding, verzekering en infrastructuur. Het uitgangspunt is echter dat er een samenwerkingsverband wordt gecreëerd met een specifiek economisch, ecologisch of maatschappelijk doel voor ogen. De reden tot het oprichten van het Bazenbondje was ‘het oprichten van een ziekenvereniging in hoofdzaak voor eigenwerkers en kleine bazen, met het doel om voor een lage contributie een vlinke uitkeering te doen plaats hebben bij voorkomende ziektes of ongelukken.’ Het Bazenbondje past dan ook precies binnen de theorie over burgercollectieven.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’ door Joost Vinke)

Kroniek van een Bazenbondje: a documentary, but not as you know it!

Voor het project Kroniek van een Bazenbondje worden interviews en reportages met leden van het Bazenbondje op een website geplaatst. De leden praten over ondernemerschap, over erfgoed en over de de doelstelling van het Bazenbondje in de tegenwoordige tijd.

Website: Kroniek van een Bazenbondje  

Screen Shot 2016-06-06 at 15.59.26

 

De oprichting van het Bazenbondje

Scan 4

De vereniging ‘Ons Belang’, ook wel bekend als het Bazenbondje, werd opgericht in 1905 met de doelstelling om ‘haar leden bij eventueele ziekten, of bij geheele of gedeeltelijke verminking, waardoor zij ongeschikt zijn om hun werkzaamheden te verrichten, een geldelijke uitkering te geven.’ Hoewel er in hetzelfde jaar al geluiden op gingen in de Tweede Kamer om werknemers en kleine ondernemers tegen invaliditeit en ouderdom te verzekeren, waren de ondernemers niet tevreden met de oplossingen die vanuit de rijksoverheid werd geboden:

[G]evoeld dat wij veel achter stonden bij hun die wekelijks hun verdiende loon ontvangen, wij die in geen Rijksverzekering bank zijn opgenomen, wij die bij een ongeval van niet als te erge aard geen vergoeding kunnen krijgen, wij die niet aan zoo’n zware controle bloot gesteld kunnen worden, als Doctersbewijs, ziekenbriefje van loopuren en zoo voort, gevoelde behoefte in ’t oprichten van een vereeniging in “ons belang”, Zoo als dan ook bij de oprichten de vereeniging werd genoemd.

Terwijl de oprichting van het Bazenbondje vanuit de deelnemende ondernemers werd gezien als een noodzaak, verliep de oprichting niet gemakkelijk. Er waren ‘personen die beangst waren dat zij wanneer ze zich als lid aansloten benadeeld zoude worden in het uitoefenen van hun bedrijf.’ Ook blijkt de weerstand vanuit de Nieuwendamse gemeenschap, waar de vereniging als scheldnaam de naam ‘het kleine bazen vonds’ kreeg. Ondanks de weerstand wisten de initiatiefnemers toch al snel een vereniging op te bouwen, met een zeskoppig bestuur, een bode die wekelijks de contributie incasseerde en vier ledenvergadering per jaar waar de belangrijkste zaken aan de orde kwamen.

(Uit het onderzoeksverslag ‘Kroniek van een Bazenbondje’)