Kroniek van een Bazenbondje

Met Reis door het Achterland richten we de blik op het het heden, op de veranderende Verzorgingsstaat. We kijken daarbij ook naar de ‘handelingsruimte van een individu in een samenleving onder druk’ en in hoeverre organisatie en  kwaliteit van gezelschap daarop van invloed kan zijn. 

Kroniek van een Bazenbondje.

In het jaar 1905 kwamen een aantal ondernemers bij elkaar om de vereniging ‘Ons Belang’ op te richten. De vereniging stelde een ziektekas in waarmee een knecht kon worden ingehuurd om een zieke baas te vervangen. De oprichters wisten nog niet hoe nuttig het ‘Bazenbondje’, zoals de vereniging in de volksmond ging heten, zou gaan worden. De Eerste Wereldoorlog, de overstroming van 1920, de crisis van 1929 en de Tweede Wereldoorlog die daar nog overheen kwam legden een zware druk op de huishoudens van de leden. Pas later werd het beter met de komst van het sociaal verzekeringsstelsel.

Het Bazenbondje telt zo’n 75 leden. Het is weliswaar een kleine vereniging maar -desondanks- met een langdurige impact op de lokale gemeenschap. Het is daarom een instituut dat vragen kan beantwoorden over de veerkracht en de potentie van dit soort verenigingen en hun nut in het bbondje_rood_achterland_basisverleden en in de toekomst. Vragen zijn: is duurzaamheid een indicatie van veerkracht? Wat zijn de factoren die ertoe leiden dat een langdurig bestaande organisatie evolueert en welke rol speelt het immaterieel erfgoed daarbij?

Collectieve Actie

Met Kroniek van een Bazenbondje onderzoeken we op een oorspronkelijke manier de oorsprong van collectieve actie en de waarde van het immaterieel erfgoed. De betekenis van onderlinge verzekeringscollectieven reikt veel verder dan het indekken van risico. De kwaliteit van werk en de weerbaarheid van de locale economie waren vroeger sterk gebaat bij dergelijke verenigingen. Prof. Tine de Moor van de Universiteit van
Utrecht definieert ze als ‘institutions for collective action’:

‘Met institutions for collective action (ICA) verwijs ik naar hedendaagse vormen van samenwerking die self–governing, bottom–up gegroeid en afgebakend zijn. Deze term betreft vormen van duurzame samenwerking op basis van afspraken en regels die zijn gericht op een helder doel. Stakingen en protestmarsen zijn ook vormen van collectieve actie, maar institutions for collective action verwijzen naar geïnstitutionaliseerde vormen van samenwerking, waarbij men op langere termijn verantwoordelijkheid neemt voor het beheer en gebruik van een gemeenschappelijke bron – goederen of diensten – waarop de deelnemers van de club gebruiksrecht hebben’.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia in samenwerking met de Universiteit van Utrecht en het instituut DANS (Data andPrins-Bernhard-Cultuurfonds_RGB_logo-800x846px Networked Services) van de KNAW. Het project wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Prins-Bernard Cultuurfonds Noord-Holland.

Het Bazenbondje, een Broodfonds avant la lettre.

Met de opkomst van de sociale verzekeringen viel de originele functie van het Bazenbondje weg. Maar de vraag die anno 2015 werd gesteld is of de vereniging opnieuw een actieve rol zou moeten spelen. Veel leden van nu kunnen zich geen arbeidsongeschiktheids verzekering veroorloven en de continuïteit van hun bedrijf loopt daarom gevaar. Broodfondsen bieden een alternatief voor dure arbeidsongeschiktheids verzekeringen. Het Bazenbondje was een voorloper en is de drager van veel kennis op dit gebied.

Sinds het begin van de jaren 80 zijn er weinig uitkeringen gedaan. Hoewel de penningmeester altijd rekening is blijven houden met calamiteiten, zien de leden tegenwoordig de tweejaarlijkse vergadering als bijeenkomsten voor gezelligheid. Desondanks wordt het protocol volgens de 110 jaar oude reglementen strikt uitgevoerd . Nieuwe leden worden bijvoorbeeld voorgesteld en hun toelating wordt in stemming gebracht. De financiële staat van de ziektekas wordt besproken ook al worden er geen uitkeringen meer gedaan. De vergadering is in feite een rituele bijeenkomst die al generaties lang in stand wordt gehouden. De vereniging is daardoor een belangrijke drager van immaterieel erfgoed geworden. Het project Kroniek van een Bazenbondje onderzoekt de waarde van dat erfgoed, aansluitend bij onderzoek dat wordt verricht aan het Departement Economische en Sociale Geschiedenis van de Universiteit van Utrecht:

Prof. Tine de Moor stelt: “We go back far into history to study these institutions here because, and this is central to the discussion on the importance of institutions worldwide, it proves that it is exactly when institutions manage to survive for a long time – even centuries – that a society can benefit most from them’. (www.collective-action.info)

Project organisatie

Het project wordt geleid door Erik de Jager MA (1958), directeur van de Stichting Reis van de Razzia. De Jager is van oorsprong documentair filmmaker met een bijzondere belangstelling voor sociale geschiedenis en het persoonlijke verhaal. Het transcriberen en annoteren wordt gedaan door Tanja Broere (1981), Zij beschikt over een MA Geschiedenis en heeft een ruime ervaring in dataverwerking. Eric Hafkamp is productieleider/adviseur bij dit project. Als voormalig hoofd Planning & Productie bij de VPRO heeft Hafkamp niet alleen ruime ervaring met traditionele media als speelfilm, documentaire, radio en televisie, maar ook met nieuwe media. Hafkamp is momenteel werkzaam als zelfstandig executive producer. Joost Vinke BA (1987) doet onder begeleiding van Stichting Reis van de Razzia onderzoek naar het Bazenbondje. Hij volgt de studie Politiek en Maatschappij in Historisch Perspectief. Binnen deze MA studie ligt de nadruk op het gebruik van historische inzichten bij hedendaagse vraagstukken. Vooral de werking en het ontstaan van formele en informele instituties spelen hierbij een grote rol. Vinke wordt verder begeleid door Dr. Anita Boele van de Universiteit van Utrecht. Partners bij dit project zijn:

icaUU-logo2011_CMYKDans

Summary: Chronicle of a Governors’ Association

 

The Final End of the First Wave of the Co-operative Movement: 1937.[1]

The Association “To Out Avail” shows many similarities with organizations such as Guilds, which in effect are the predecessors of the later co-operative insurances. Guilds were formed in the early Middle Ages and knew periods of prosperity and decay. Definite gloom and doom sets in when by His Majesty’s Royal Decree the Guilds are abolished by law on the 26 of July 1820 (Royal amendment nr. 74). Vinke argues in his thesis that the Worker’s Guilds or “Knechten Bossen” in Utrecht were able to survive this particular period better than their equivalent counterparts in Amsterdam. By investigating the ‘Knechten Bossen’ in both Amsterdam and Utrecht, Vinke explains how it was possible for the Utrecht Guild to survive after the Royal abolition. By flexibility in the organizational structure, finances and membership forms, the Utrecht based Worker’s Guild managed to outlast the enforced liquidation until, in 1937, the Guild was incorporated in the life insurance company ‘The Utrecht’. The particular ‘coping strategies’ of the ‘Knechten Bossen’ are compared with the Association “To Our Avail” in order to discover whether there are similarities within the organizational structure of these distinctive institutes.

The Foundation Years of Association ‘To Our Avail’: 1905/1938.

After the abolishment of the Guilds in 1820, the co-operative idea is regenerated around 1870. The second wave had started and ‘To Our Avail’ can be regarded as part of that particular movement. This is not to say that rules and regulations where clear cut or centrally dispersed. As a grassroots association, the founders of ‘To Our Avail’ in effect had to figure out for themselves how to operate. The main conclusion which could be drawn from this first chapter of the research project is the fact that within the Association certain principles are elementary to the functioning of the organisation, such as rules and regulation, implementation, conviviality and festivities. Not all of these elements are in place at the time of the launch of the Association and have gradually evolved. It’s been a 35 year long process before the relationship between formal and informal institute finally matured. The juxtaposition between these two concepts will prove to be essential for the longevity of the Association “To Our Avail”.

The minutes reveal that during these foundation years, the Association is primarily concerned with the formal institute, with drawing up rules and regulations. By anchoring the objectives, a conservative approach to expenditure is laid down, cautiously handing out benefits from the Sickness Fund, and encouraging conviviality by catering for entertainment, fun and leisure after a boisterous quarterly meeting. The appearance of the element of entertainment contributes to an equilibrium in which all elements interact. This can be incurred from the notes from the minutes where many questions are asked regarding a possible wrongful benefit payment, and the exorbitant costs of a social function which lead to objectionable cost-cutting exercises. In 1938 the members proudly celebrate what the Association has achieved so far. References to the difficulties surrounding the association memorize the “Founding Father’s” original grounds for initiating “To Our Avail”. The awareness of having accomplished something substantial, of having written history and having created heritage, has become manifest in the minds of the members.

The Welfare-State Years: 1966/1985.

Social-economical changes in terms of social (in)security have put pressure on the original objectives of the Governors’Union. Members try to establish if a transition towards an professional Entrepreneurs-Society, Network Alliance or plain Social Club would prove more rewarding. However, a definite choice for a new construction is not made and the Sickness Fund remains, despite a few beneficial payments, the guiding principle of the Association. The most important breakthrough in this part of the research is that the Association ”To Our Avail” responded in a resilient manner towards the imminent threat of redundancy in a hostile economic environment. The Association functions according to the so-called ‘Friction-model’ whereby friction is administered in order to maintain the equilibrium. The idea is that within a co-operative Sickness Fund, such as the above, the objective is always in conflict with the execution or implementation of the proposed benefit system. Because, the control mechanism of the Association “To Our Avail” evolves around the correct allocation of benefit applications. Members have a critical vote in deciding whether an applying individual is granted the benefit or not. This critical judgement of fellow-members’ impairments, de facto creates a confrontation which, in order not to undermine the functioning of the Association, can not continue to predominate and thus requires a counterbalance in terms of providing positive conviviality.

These special social gatherings have changed in terms of intention during the years of Welfare-State in relation to the foundation years. Instead of the debate which took place because of the applications for benefits, the friction is nowadays created without discussing an actual application. Not being able to discuss the payments of benefits does not mean the functioning of the board can not be scrutinized. By criticizing the secondary conditions of benefit payments the original objectives of the Association remain intact. Also, the community spirit and unique identity of the Association are safeguarded. The pliance of the friction-model can be seen as an evolutionary development within this informal institute.

Throughout the years of the Welfare-State Heritage becomes a main focal point. The heritage finds it’s origin within the formal institute, as can be deferred from the minutes. In a meeting the Association recalls that the “Founding Fathers” would have never permitted a dismantling of the Association under any circumstanc. Empowered by this command the board operates as determined guardians of the original objectives and can seriously counterbalance the wisecracks and often outright impertinent suggestions of certain members to spend the cash in alternative ways. By reversing the friction model and focussing on heritage a new equilibrium is realized. The Association thus was able to counter the social-economic developments of the Welfare state which tended to make the co-operative Sickness Fund redundant.

The Participation Years: 2005/2016

Although there is in increase in membership numbers, little is changed with regard to the rules and regulations and the execution thereof within the Govs’ Association. However, there is mention of a certain inertia to which some of the members oppose. A Committee of “Wise Men” is appointed that has to advise the Association on how to safe-guard it’s existence for the next hundred years. The Committee is a product of years of discussion and requests for more substance and is the first formal attempt to encourage a transition within the Association. Alas, the advice of the “Wise Men” was sadly neglected. According to the board, most of the suggestions had already been carried out, such as building a website and the idea of allowing women into the Association was not felt to be a desirable development. A Status Quo was maintained, the survival mechanism of the Welfare-State years, still in place.

With a delay of about 7 years, the Economical Crisis of 2008 incited the Association to become receptive for change, once again. New schemes for alternative impairment insurances, such as the Bread Fund, are being compared with the original objectives and the Association’s Heritage. The necessity of the above for a small number of members was discussed and the effect upon the Association was taken into account. Introducing additional Benefit Pay-Out system could endanger the jeopardize the conviviality and the original objectives of the Association. Through the research project Chronicle of A Governors’Association we feel we have been able to make a contribution to this particular discussion within the Association. Subsequent results will probably only be evident in the long term. The preliminary results have been documented in a Final Report addressed to the Prins Berhard Culture Fund North-Holland, the Netherlands.

[1] Vinke, Joost. Masters thesis: ‘Duurzaam verzekeren’, University of Utrecht (2016)

Translation: Jeanette Tierney

(c) Erik de Jager 2016

Notes on the project and wider recommendations are available upon request or can be found at the scientific archive DANS EASY from January 2018.