Bad New Days: Art, Criticism, Emergency

Bad New Days: Art, Criticism, Emergency

The title of Hal Foster’s new book Bad New Days: Art, Criticism, Emergency is drawn from an oft-quoted maxim of Bertolt Brecht’s: “Don’t start with the good old days, but the bad new ones.”


Fragments of an article by  POSTED 09/08/15 12:30 PM ARTNEWS.com


The second chapter, “Archival,” a version of which was also previously published in October, in 2004, as “An Archival Impulse,” considers the work of Thomas Hirschhorn, Tacita Dean, Joachim Koester, and Sam Durant, artists who take up the role of archivist, recuperating lost or marginal historical events and figures as a “gesture of alternative knowledge or counter memory.”

Foster links these practices to a “will to connect what cannot be connected,” in Hirschhorn’s words, an impulse he relates to Freud’s characterization of the paranoiac’s tendency to project private meanings and oblique connections onto a world “ominously drained of all significance.” Foster suggests that such projects contain a utopian core, a move away from a reading of history as merely traumatic toward one in which cultural memory is made productive, marshalled toward the creation of new associations and encounters.

Samenvatting Eindverslag Project Reis van de Razzia

Verbinden

Met het project Reis van de Razzia heeft de gelijknamige stichting een relatief onbekend onderwerp op de kaart gezet en zo een bijdrage geleverd aan de geschiedschrijving. Door nieuwsbrieven te versturen en door onze presentaties tijdens de herdenkingen heeft de stichting een rol gespeeld in het verbinden van mensen die onder de razzia hebben geleden.  Wij hebben daarnaast een aantal razziaveteranen in staat kunnen stellen om hun verhaal te doen in lokale en landelijke media. Reis van de Razzia is daarnaast tot in de verre toekomst te raadplegen door duurzame archivering in DANS.


Planning

De planning die we in de het projectvoorstel hebben voorgesteld is daadwerkelijk gehaald. De 70-jarige herdenking was een deadline die absoluut vaststond en samen met de partners DANS en NIOD hebben wij daar strak naar toe gewerkt. Reis van de Razzia ging vanaf 10 november open voor het publiek. Op die dag werd Reis van de Razzia officieel opengesteld door burgemeester Aboutaleb in het bijzijn van zo’n 70 getuigen, een aantal kinderen, scholieren en de pers. Ruim van te voren hebben we de getuigen en hun kinderen aangeschreven met de nieuwsbrief waardoor we ook de families van de getuigen bij het gebeuren hebben kunnen betrekken.


Publieksbereik

De mediacampagne in de pers rond Reis van de Razzia was een succes en heeft het onderwerp bij het grote publiek op de kaart gezet. We hebben een eenmalig publieksbereik gehad van 3.6 miljoen mensen. De platformen waarop Reis van de Razzia is te vinden zijn stabiel door persistent identifiers. Ze zullen het publiek weliswaar in lage aantallen trekken, maar op de zeer lang termijn zullen de ‘kijkcijfers’ aanzienlijk zijn.


Bekijk hier het Eindverslag RvdR samenvatting

Ontwerp expositiemodule Stadskazerne Kampen

Reis van de Razzia in Kampen


Op 13 november 1944 arriveerde bijvoorbeeld grote stroom gedeporteerden uit Rotterdam per schip in Kampen. De Van Heutszkazerne in die plaats werd op dat moment beheerd door de Duitse bezetter, die er grote groepen dwangarbeiders op doorreis naar Duitsland in wilde onderbrengen. De kazerne werd op slag overbevolkt en de situatie voor de Rotterdammers was schrijnend. Er was weinig voedsel en de hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk. Veel Rotterdammers werden ziek.

De reacties van de Kampenaren waren in veel gevallen hartverwarmend. Ze reikten voedsel en drinken aan en assisteerden zelfs bij ontsnappingen. Het Rode Kruis speelde een belangrijke rol bij het verzorgen van zieken, bij ontsnappingen en bij het in toom houden van de Duitse bezetter. Na de oorlog uitten de Rotterdammers hun dankbaarheid aan de Kampenaren en ook aan de bewoners van Wezep door bezoeken af te leggen en door schenkingen te doen. De band tussen Kampenaren en Rotterdammers kan na 70 jaar opgehaald worden, zo blijkt uit een groot artikel in de Stentor over het Oral History project Reis van de Razzia waarin 75 Rotterdammers en Schiedammers vertellen over hun belevenissen.

De publicatie van Reis van de Razzia op het internet, de belangstelling in de pers voor het onderwerp en de feestelijke opening van de Stadskazerne eind 2015 levert een uniek decisive moment op waarin aandacht kan worden gegeven aan een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Stadskazerne en aan de relatie tussen Kampen en de wereld.


De toekomst van de Van Heutszkazerne

Eind 2015 zal de Van Heutszkazerne de naam Stadskazerne gaan dragen. Met de naamsverandering vindt ook een nieuwe incarnatie plaats van het gebouw dat een volkomen nieuwe bestemming gaat krijgen. Het gebouw wordt het nieuwe onderkomen van het Gemeentearchief, Bibliotheek Kampen, het Gemeentearchief Kampen, RTV IJsselmond, de gemeentelijke archeoloog, de Stentor, een depot van het Stedelijk Museum Kampen en Historische Vereniging Jan van Arkel. Het gaat daarbij om:
‘Een verbinding tussen mensen; tussen jong en oud; tussen oude en nieuwe kennis; tussen heden en verleden; tussen fictie en feiten; tussen Kampen en de wereld’.


Tentoonstellingsontwerp ‘Reis van de Razzia door Kampen’.

Reis van de Razzia, de verhuizing van het Gemeentearchief en de opening van de Stadskazerne zijn drie elementen die op een natuurlijke wijze samen lijken te vallen. Om dit unieke moment te benadrukken hebben we het volgende tentoonstellingsproject ontwikkelt, gebaseerd op Reis van de Razzia in Getuigenverhalen.nl. Het voorstel betreft een tentoonstellingsobject dat binnenin de Stadskazerne geplaats kan worden na de opening. Naast het tentoonstellingsobject zijn er events met een educatieve functie.


Bekijk of download het ontwerp voor Project Expositie Kampen

De ‘Commons’ en de sharing economy

In het kader van Europese wetgeving gericht op transparantie komt er meer druk op de kleine coöperatieve verenigingen komt te staan. Ook de grote zorginstellingen stellen contractuele eisen waar kleinere coöperaties moeilijk moeilijk aan kunnen voldoen. (Bron: Researchgroep Institutions for Collective Action, Universiteit van Utrecht). Kleinere coöperaties in Nederland krijgen steeds moeilijker en worden incidenteel zelfs opgeheven. Voor instituten die zich oorspronkelijk op eigen kracht hebben moeten oprichten is deze bemoeienis moeilijk te verteren, zeker als hij eerder beperkend is dan stimulerend.

Een nieuwe waardering van het coöperatief erfgoed kan een goede stimulans zijn voor een sfeer van openheid waardoor er gezamenlijk kan worden gezocht naar antwoorden.
Er zal ook overeenstemming moeten zijn over wat de coöperatieve gedachte inhoudt.

Er is een plethora aan nieuwe initiatieven die misverstanden in de hand werken. Zo’n misverstand is dat ‘the sharing economy’ een vorm van ‘commons’ is en daarmee een soort cooperatie kan zijn. Brian Van Slyke en David Morgan stellen op hun website “Grassroots Economic Organizing’ dat: ‘Sinds de recessie zijn er meer en meer mensen op zoek naar economische alternatieven. Men zoekt naar mutuele oplossingen in plaats van de “het is ieder voor zich” filosofie. In de kern is de ‘sharing economy’ echter een regeling om de risico’s van bedrijven te verschuiven naar individuen met de bedoeling om enorme winsten op te strijken met lage vaste kosten’. Deze ‘sharing economy’ bedrijven behoren tot de oude extractieve economie maar werken onder de vlag van de nieuwe generatieve economie. Ze doen zich voor als commons, als coöperatieve bedrijven en instituten maar zijn het niet.

Deze verwarring van definities wordt onderschreven door prof. Tine de Moor van de Universiteit van Utrecht. Zij pleit voor een helder onderscheid waardoor de kwaliteiten van de coöperatieve beweging in onze veranderende verzorgingsstaat tot hun recht kunnen komen.
De cooperatieve beginselen zijn dus heel anders dan veel bedrijven die zich groeperen onder de sharing economy.

De definitie van een coöperatie volgens Rochdale is dat het een autonome vereniging is van personen die zich vrijwillig hebben verenigd om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften te versterken door middel van gezamenlijk eigendom binnen een democratisch gecontroleerde onderneming of instituut, gereguleerd door met elkaar overeengekomen beginselen. Het gaat niet om de rechtsvorm coöperatie, als aan de beginselen tegemoet wordt gekomen, als aan de beginselen wordt beantwoord is er sprake van een coöperatie.

Het onderzoek ‘Kroniek van een Bazenbondje’ dat word uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia is medio september 2016 beschikbaar. Uit het verslag wordt verder duidelijk waar de traditie uit bestaat, hoe hij geworteld is in de samenleving en wat de historische verbanden en achtergronden zijn.