Ontwerp expositiemodule Stadskazerne Kampen

Reis van de Razzia in Kampen


Op 13 november 1944 arriveerde bijvoorbeeld grote stroom gedeporteerden uit Rotterdam per schip in Kampen. De Van Heutszkazerne in die plaats werd op dat moment beheerd door de Duitse bezetter, die er grote groepen dwangarbeiders op doorreis naar Duitsland in wilde onderbrengen. De kazerne werd op slag overbevolkt en de situatie voor de Rotterdammers was schrijnend. Er was weinig voedsel en de hygiënische omstandigheden waren erbarmelijk. Veel Rotterdammers werden ziek.

De reacties van de Kampenaren waren in veel gevallen hartverwarmend. Ze reikten voedsel en drinken aan en assisteerden zelfs bij ontsnappingen. Het Rode Kruis speelde een belangrijke rol bij het verzorgen van zieken, bij ontsnappingen en bij het in toom houden van de Duitse bezetter. Na de oorlog uitten de Rotterdammers hun dankbaarheid aan de Kampenaren en ook aan de bewoners van Wezep door bezoeken af te leggen en door schenkingen te doen. De band tussen Kampenaren en Rotterdammers kan na 70 jaar opgehaald worden, zo blijkt uit een groot artikel in de Stentor over het Oral History project Reis van de Razzia waarin 75 Rotterdammers en Schiedammers vertellen over hun belevenissen.

De publicatie van Reis van de Razzia op het internet, de belangstelling in de pers voor het onderwerp en de feestelijke opening van de Stadskazerne eind 2015 levert een uniek decisive moment op waarin aandacht kan worden gegeven aan een bijzonder hoofdstuk in de geschiedenis van de Stadskazerne en aan de relatie tussen Kampen en de wereld.


De toekomst van de Van Heutszkazerne

Eind 2015 zal de Van Heutszkazerne de naam Stadskazerne gaan dragen. Met de naamsverandering vindt ook een nieuwe incarnatie plaats van het gebouw dat een volkomen nieuwe bestemming gaat krijgen. Het gebouw wordt het nieuwe onderkomen van het Gemeentearchief, Bibliotheek Kampen, het Gemeentearchief Kampen, RTV IJsselmond, de gemeentelijke archeoloog, de Stentor, een depot van het Stedelijk Museum Kampen en Historische Vereniging Jan van Arkel. Het gaat daarbij om:
‘Een verbinding tussen mensen; tussen jong en oud; tussen oude en nieuwe kennis; tussen heden en verleden; tussen fictie en feiten; tussen Kampen en de wereld’.


Tentoonstellingsontwerp ‘Reis van de Razzia door Kampen’.

Reis van de Razzia, de verhuizing van het Gemeentearchief en de opening van de Stadskazerne zijn drie elementen die op een natuurlijke wijze samen lijken te vallen. Om dit unieke moment te benadrukken hebben we het volgende tentoonstellingsproject ontwikkelt, gebaseerd op Reis van de Razzia in Getuigenverhalen.nl. Het voorstel betreft een tentoonstellingsobject dat binnenin de Stadskazerne geplaats kan worden na de opening. Naast het tentoonstellingsobject zijn er events met een educatieve functie.


Bekijk of download het ontwerp voor Project Expositie Kampen

De ‘Commons’ en de sharing economy

In het kader van Europese wetgeving gericht op transparantie komt er meer druk op de kleine coöperatieve verenigingen komt te staan. Ook de grote zorginstellingen stellen contractuele eisen waar kleinere coöperaties moeilijk moeilijk aan kunnen voldoen. (Bron: Researchgroep Institutions for Collective Action, Universiteit van Utrecht). Kleinere coöperaties in Nederland krijgen steeds moeilijker en worden incidenteel zelfs opgeheven. Voor instituten die zich oorspronkelijk op eigen kracht hebben moeten oprichten is deze bemoeienis moeilijk te verteren, zeker als hij eerder beperkend is dan stimulerend.

Een nieuwe waardering van het coöperatief erfgoed kan een goede stimulans zijn voor een sfeer van openheid waardoor er gezamenlijk kan worden gezocht naar antwoorden.
Er zal ook overeenstemming moeten zijn over wat de coöperatieve gedachte inhoudt.

Er is een plethora aan nieuwe initiatieven die misverstanden in de hand werken. Zo’n misverstand is dat ‘the sharing economy’ een vorm van ‘commons’ is en daarmee een soort cooperatie kan zijn. Brian Van Slyke en David Morgan stellen op hun website “Grassroots Economic Organizing’ dat: ‘Sinds de recessie zijn er meer en meer mensen op zoek naar economische alternatieven. Men zoekt naar mutuele oplossingen in plaats van de “het is ieder voor zich” filosofie. In de kern is de ‘sharing economy’ echter een regeling om de risico’s van bedrijven te verschuiven naar individuen met de bedoeling om enorme winsten op te strijken met lage vaste kosten’. Deze ‘sharing economy’ bedrijven behoren tot de oude extractieve economie maar werken onder de vlag van de nieuwe generatieve economie. Ze doen zich voor als commons, als coöperatieve bedrijven en instituten maar zijn het niet.

Deze verwarring van definities wordt onderschreven door prof. Tine de Moor van de Universiteit van Utrecht. Zij pleit voor een helder onderscheid waardoor de kwaliteiten van de coöperatieve beweging in onze veranderende verzorgingsstaat tot hun recht kunnen komen.
De cooperatieve beginselen zijn dus heel anders dan veel bedrijven die zich groeperen onder de sharing economy.

De definitie van een coöperatie volgens Rochdale is dat het een autonome vereniging is van personen die zich vrijwillig hebben verenigd om hun gemeenschappelijke economische, sociale en culturele behoeften te versterken door middel van gezamenlijk eigendom binnen een democratisch gecontroleerde onderneming of instituut, gereguleerd door met elkaar overeengekomen beginselen. Het gaat niet om de rechtsvorm coöperatie, als aan de beginselen tegemoet wordt gekomen, als aan de beginselen wordt beantwoord is er sprake van een coöperatie.

Het onderzoek ‘Kroniek van een Bazenbondje’ dat word uitgevoerd door Stichting Reis van de Razzia is medio september 2016 beschikbaar. Uit het verslag wordt verder duidelijk waar de traditie uit bestaat, hoe hij geworteld is in de samenleving en wat de historische verbanden en achtergronden zijn.

Van Boerenleenbank naar Rabobank

Een kleine geschiedenis van de Boerenleenbank van de Nieuwendammerdijk. 

Annie Swart werkte in de 60’er jaren als cassiere bij de Boerenleenbank aan de Nieuwendammerdijk. Haar vader zat in het bestuur, als opvolger van haar grootvader, die een van de oprichters was van deze bank. Door gezamenlijk kapitaal ter beschikking te stellen werd het mogelijk, voor met name de boeren, om geld te lenen. De grote banken waren terughoudend, wat ruimte bood aan woekeraars. De co-operatieve bank bood het hoofd aan dergelijke praktijken en droeg bij aan de sociale cohesie.

Het gedachtengoed van Raiffeisen werd gedeeld door iedere bankmedewerker, van hoog tot laag, een boek te geven met een levensbeschrijving van de man. Annie vraagt zich af of de huidige medewerkers van de Rabobank nog kennis nemen van zijn gedachtengoed.

Raiffeisen is in het jaar 2018 overleden, hij zal in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Italië en Nederland groots worden herdacht.  De Genossenschaften oftewel de co-operatieve beweging, waar de Rabobank ook onder valt, zijn sinds november 2017 onderdeel van UNESO Cultural Hermitage for Humanity.

 

 

 

Negatief advies Co-operatieve beweging als Werelderfgoed

De Co-operatieve beweging is aangewezen als UNESCO Werelderfgoed ondanks een negatief advies. Hieronder is het negative advies te lezen. We hopen binnenkort ook de overwegingen te publiceren waarmee de Genossenschaften ondanks dit advies toch Werelderfgoed geworden zijn.

UNESCO EVALUATION BODY: DRAFT DECISION 11.COM 10.b.14  

The Committee

  1. Takes note that Germany has nominated Idea and practice of organizing shared interests in cooperatives (No. 01200) for inscription on the Representative List of the Intangible Cultural Heritage of Humanity:

A cooperative is an association of volunteers that provides services of a social, cultural or economic nature to members of the community to help improve living standards, overcome shared challenges and promote positive change. Based on the subsidiarity principle that puts personal responsibility above state action, cooperatives allow for community building through shared interests and values creating innovative solutions to societal problems, from generating employment and assisting seniors to urban revitalization and renewable energy projects. Anyone can participate, with members also able to acquire shares in the association and have a say in its future direction. The system makes available low-interest loans to farmers, craftspeople and entrepreneurs. Today, about a quarter of Germany’s population are members of a cooperative, which besides farmers and craftspeople, includes 90 per cent of its bakers and butchers and 75 per cent of its retailers. Some cooperatives have also been set up specifically for students to gain experience. Associated knowledge and skills are transmitted by cooperatives, universities, the German Cooperative and Raiffeisen Confederation, the Akademie Deutscher Genossenschaften, the German Hermann-Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society.

  1. Decides that, from the information included in the file, the nomination satisfies the following criterion:

R.5:   The file presents a relevant extract of inscription of the element on the German Inventory of Intangible Cultural Heritage in 2014. Traditional bearers, communities and non-governmental organizations were involved in the inscription process. The inventory is organized, maintained and updated by the German National Commission for UNESCO.

  1. Further decides that the information included in the file is not sufficient to allow the Committee to determine whether the following criteria are satisfied:

R.1:   Although the idea and practice of pursuing shared interests in cooperatives has been handed down in Germany from generation to generation, the nomination does not adequately demonstrate that this constitutes intangible cultural heritage as defined in Article 2 of the Convention. The file is considered generally ambiguous: it places emphasis on the notion of collaboration through cooperatives, and on the worldwide understanding of cooperatives, rather than on the specific characteristics that define cooperatives and associated practices for the community or communities concerned with this particular nomination. The bearers and practitioners of the element are not clearly defined and it is therefore unclear whether communities concerned only include members of German Hermann-Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society, the German Cooperative and Raiffeisen Confederation, or everyone involved in cooperatives in Germany;

R.2:   Given the difficulty to clearly define the element in question, it is difficult to understand how a possible inscription would contribute to ensuring visibility and awareness of intangible cultural heritage. While the file indicates that inscription would encourage dialogue among communities with similar cooperative organizations, and the promotion of certain values, such as solidarity, the nomination file does not clearly define how such an inscription would enhance the visibility of intangible cultural heritage in general;

R.3:   The viability of the element is being ensured by initiatives carried out by the German Hermann-Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society, with the support of the submitting State. New safeguarding measures are proposed such as public relations campaigns, competitions, work in schools on the topic of cooperatives, and a cross-border thematic cultural hiking trail. The file recognizes that the element could be decontextualized by legal frameworks that undermine its basic principles and that ongoing negotiations in this respect are necessary. Furthermore, the proposed promotion of the element in other countries could be considered as inappropriate and not in the spirit of the Convention;

R.4:  The file was prepared with the cooperation of representatives of the German Hermann‑Schulze-Delitzsch Society and the German Friedrich-Wilhelm-Raiffeisen Society. The file presents letters expressing the free, prior and informed consent of these two representative institutions. Given the difficulty to clearly understand the contours of the communities concerned with this element, the consultative process however appears to have been somewhat top-down and the range of evidence for consent provided does not appear to reflect the variety of stakeholders consulted.

  1. Decides to refer the nomination of Idea and practice of organizing shared interests in cooperatives to the submitting State and invites it to resubmit the nomination to the Committee for examination during a following cycle.

 

Gennossenschaftsidee und Praxis in die UNESCO Liste

Pressemitteilung, 30. November 2016

GENOSSENSCHAFTSIDEE UND -PRAXIS ALS ERSTER DEUTSCHER BEITRAG IN DIE UNESCO-LISTE DES IMMATERIELLEN
KULTURERBES AUFGENOMMEN

Der Zwischenstaatliche Ausschuss zum Immateriellen Kulturerbe hat heute in Addis Abeba die Idee und Praxis der Genossenschaft als ersten deutschen Beitrag in die Repräsentative Liste des Immateriellen Kulturerbes aufgenommen. Die Genossenschaft ist eine allen offen stehende Form der gesellschaftlichen Selbstorganisation, ein Modell der
kooperativen Selbsthilfe und Selbstverantwortung. Weltweit wirken etwa 800 Millionen Genossenschaftsmitglieder in über 100 Ländern an ihrer Umsetzung und der Weitergabe des Wissens rund um diese Organisationsform mit, 21 Millionen davon in Deutschland. Die hohe Anzahl von Genossenschaftsmitgliedern in Deutschland und die rechtliche
Absicherung ihrer Grundsätze durch ein Genossenschaftsgesetz sind im internationalen Vergleich Besonderheiten. Seit 2014 ist die Idee der Genossenschaften bereits im deutschen Verzeichnis des Immateriellen Kulturerbes eingetragen.

Prof. Dr. Maria Böhmer, Staatsministerin im Auswärtigen Amt:„Genossenschaften gibt es auf der ganzen Welt. Ihre Arbeit ist eine Antwort auf aktuelle gesellschaftliche Herausforderungen. Sie leisten einen Beitrag zur nachhaltigen Entwicklung beispielsweise durch Armutsreduzierung über lokale Beschäftigung und soziale Integration. Ich freue mich sehr, dass diese erste deutsche Nominierung das Völkerverbindende in den Vordergrund stellt. Die Kulturform der Genossenschaften verbindet uns mit Menschen auf der ganzen Welt!“

Claudia Bogedan, Präsidentin der Kultusministerkonferenz und Bremens Senatorin für Kinder und Bildung: „Die Anerkennung der Genossenschaften als Immaterielles Kulturerbe belegt den Beitrag Immateriellen Kulturerbes zu sozialem Zusammenhalt. In Genossenschaften kommt bürgerschaftliches Engagement jenseits von privaten und staatlichen Wirtschaftsformen zum Ausdruck. Die Genossenschaftsfamilie verstand sich von jeher als eine an sozialen
Werten orientierte Bewegung, die auf ideellen Grundsätzen wie Solidarität, Ehrlichkeit, Verantwortung, Demokratie aufbauend eine alternative Wirtschaftsform bildet.“

Genossenschaften in Deutschland

Eine Genossenschaft ist eine freiwillige Vereinigung von Menschen mit gleichen Interessen, die individuelles Engagement und Selbstbewusstsein fördert und soziale, kulturelle und ökonomische Partizipation ermöglicht.
Mitglieder werden durch den Erwerb von Genossenschaftsanteilen zu Miteigentümern. Ihre, von der Zahl der erworbenen Anteile unabhängige Stimme sichert ihnen Mitbestimmung und die Möglichkeit der aktiven Mitgestaltung zu. Dies ist ein besonderer Ausdruck von Solidarität und gemeinsamer Verantwortung. Hermann Schulze-Delitzsch und
Friedrich Wilhelm Raiffeisen legten Mitte des 19. Jahrhunderts in Deutschland wichtige Grundlagen für die heutige
Genossenschaftspraxis.

DUK-Webseite zur Genossenschaftsidee
http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-1
Fotos
http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-2http://www.unesco.org/culture/ich/img/photo/thumb/10053-LRG.jpg
Portraitserie Genossenschaften in Deutschland
http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-4
Interview mit Genossenschaftlerin Olga Brandin http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-5
Informationen zur Tagung des Zwischenstaatlichen Ausschusses zum Immateriellen Kulturerbe
http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-6

Pressekontakt
Deutsche UNESCO-Kommission
Pressesprecherin
Katja Römer
Tel. +49 288 60497-42
Mobil +49 177 4799530
Email roemer@unesco.de http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-7
Pressemitteilung
Deutsche UNESCO-Kommission e.V. • Colmantstraße 15 • 53115 Bonn
Telefon: 0228-60497-44 • Internet: www.unesco.de/presse http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-8
Die Deutsche UNESCO-Kommission (DUK) ist Deutschlands Mittlerorganisation
für multilaterale Politik in Bildung, Wissenschaft, Kultur und Kommunikation.
Seit ihrer Gründung 1950 bringt die DUK den Sachverstand aus Politik
und Zivilgesellschaft für die Ziele der UNESCO zusammen.

http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-9
Pressemitteilung abbestellen
http://www.unesco.de/index.php?id=7571&rid=t_12289&mid=1110&aC=adb8a9dc&jumpurl=-10

Wordt de vergaderplek van het Bazenbondje ook een coorporatieve vereniging?

Het stamlokaal van verenging Ons Belang staat te koop. Op deze plek zijn veel vergaderingen van het Bazenbondje gehouden, het maakt daardoor deel uit van het erfgoed van de vereniging. Als de nieuwe koper van het cafe een woonhuis maakt is dat zeker een verarming voor de vereniging en en voor de buurt. Vandaar een gezamenlijk initiatief van buurtbewoners om het cafe te kopen. Een nieuw hoofdstuk in de Kroniek van een Bazenbondje breekt aan.

14993475_1243068069049337_71072490984646808_n

Co-operatief erfgoed binnen een lokale gemeenschap

De lokale krant de Echo besteedde op 9 november 2016 aandacht aan de verenigingen Ons Belang en Gedenkt te Sterven.

Deze organisaties hebben de co-operatieve beweging van Nederland genomineerd voor de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Efgoed van Unesco Nederland. Het is heel treffend dat deze grassroots organisaties dit belangrijke nieuws bekend maken binnen de gemeenschap waar ze ook uit voort zijn gekomen. Ons Belang, een Broodfonds avant la lettre bestaat sinds 1905 en Gedenkt te Sterven, een uitvaartverzekering, is opgericht in het jaar 1828.

echo

 

 

 

De Coöperatieve Beweging op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed

De verenigingen Ons Belang (1905) en Gedenkt te Sterven (1828) hebben een aanvraag ingediend om de Coöperatieve Beweging op de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed geplaatst te krijgen. De aanvraag wordt ondersteund door het Nationaal Cooperatie Museum en wordt onderbouwd door het researchproject Kroniek van een Bazenbondje dat met medewerking van de researchgroep ‘Institutions for Collective Action’ van de Universiteit van Utrecht tot stand is gekomen. De toetsingscommisie buigt zich in november over de aanvraag, de datum is nog niet bekend. Deze Nederlandse aanvraag loopt parallel aan die van de Duitse Friedrich Wilhelm Raiffaisen en het Hermann Schultze-Delitzsch Gesellschaften, die een voordracht hebben gedaan om de Genossenschaften op de Werelderfgoedlijst van Unesco te plaatsen.

 

De ontwikkeling van vereniging ‘Ons Belang’ vanaf 2005

Hoewel in 1984 een beslissing werd genomen over het voortbestaan van de vereniging werd er niet besloten hoe dit de vereniging eruit moet komen te zien. Er wordt nog wel rekening gehouden met eventuele uitkeringen, maar deze worden nauwelijks nog aangevraagd.

dominoNu we door het eerste deel van dit onderzoek weten hoe de vereniging tot stand is gekomen en door het tweede deel hoe de vereniging omging met de veranderende tijden, is het nu tijd om te kijken naar de huidige staat van het Bazenbondje. In het jaar 2005 bestond het Bazenbondje 100 jaar en kwam het begrip participatiesamenleving steeds meer in zwang. Hoewel het begrip al werd gebruikt door Wim Kok tijdens een PvdA-congres in 1991, is de term pas de afgelopen jaren bij het grote publiek bekend geraakt. Binnen een participatiesamenleving krijgt de burger meer verantwoordelijkheid en wordt geacht zelf vorm te geven aan zijn toekomst en bij te dragen in de samenleving. In 2005 werd in de Tweede Kamer betoogd dat burgerparticipatie mogelijk moet worden gemaakt en moet worden bevorderd.[1] Het jaartal 2005 als startpunt van dit deel van het onderzoek is dan ook niet toevallig gekozen, het Bazenbondje arriveert in een nieuw economisch-maatschappelijk tijdperk. De kredietcrisis van 2007 maakt vervolgens duidelijk dat er geen weg terug is.

[1] Maria Vreugdenhil, Nederland Participatieland? De ambitie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken (Amsterdam 2012) 13